Soort Online cursus
Aantal cursisten132
(4 beoordelingen)
Prijs€ 199
Koop met PayPalBetaal per bank
Gratis de wereld rondreizen en er nog voor betaald krijgen ook: wat een droombaan! Wil jij dat ook? Dan is de Masterclass Reisjournalistiek iets voor jou. Op deze pagina kun je de online cursus boeken. Let op, de Masterclass Reisjournalistiek is er in drie varianten: Economy, Business en First. Wil je eerst meer weten? Alle informatie vind je op de voorpagina. Of doe de gratis proefles.

Studeer waar en wanneer je wilt

De Masterclass Reisjournalistiek is een online cursus. Je kunt beginnen wanneer je wilt en studeren waar en wanneer het jou uitkomt. Betaal met PayPal en je kunt direct van start, maar betalen per bank kan ook.

Masterclass Reisjournalistiek • Inhoudsopgave

Les 1Reisjournalist: Droombaan of hard bestaan? [±1:15]
Onderdeel 1VoorwoordGratis preview
Masterclass Reisjournalistiek • les 1

Reisjournalist: droombaan of hard bestaan?

Bungelen in je hangmat boven een bountystrand, de mooiste plekken op aarde ontdekken en cocktails drinken met je blote voeten in het warme zand. De reisjournalist heeft een droombaan. Wie wil dat nou niet? Maar wacht, ís het eigenlijk wel zo’n droombaan? Dat lees je in les 1 van de Masterclass Reisjournalistiek.

les1

Houd bij hoeveel tijd je aan deze les besteedt; in de toets word je gevraagd om dit in te vullen.

Voorwoord

“Je creëert je eigen concurrentie, dat snap je, hè?” Dat zei een vriend tegen me toen ik hem vertelde over mijn plannen voor een Masterclass Reisjournalistiek.

sander-groenTijdens het schrijven van deze cursus dacht ik vaak: ‘Nee, dat haal ik eruit, want het is te privé.’ Of: ‘Oei, dit zet ik er niet in, want het is een goed idee en dat wil ik zelf doen.’ Waarom zou ik jullie nou echt álle ins en outs over de reisjournalistiek prijsgeven, inclusief goed bewaarde geheimen als honoraria, staande praktijken en slimme foefjes? Na even op mijn tanden bijten, besloot ik telkens om die onderwerpen juist wél te laten staan.

‘Binnen een paar weken ken je alle geheimen van de reisjournalistiek,’ schreef ik maanden geleden, voordat ik ook nog maar een letter op papier had gezet. Ik denk dat deze cursus dat waarmaakt: je leest bijvoorbeeld hoeveel een reisreportage in de krant oplevert, wat je moet doen om uitgenodigd te worden voor persreizen en hoe je geld kunt verdienen met je reisblog. Alle lessen zijn voorzien van concrete voorbeelden en handige lijstjes met praktische tips.

Waarom? Omdat ik denk dat je daar wat aan hebt. Je hebt voor deze cursus betaald, dan móet je er ook iets aan hebben. Daarom neem ik geen blad voor de mond, verklap ik inderdaad alle geheimen en ga ik regelmatig zelf met de billen bloot, met pikante (nou ja, in ieder geval openhartige) onthullingen uit mijn eigen praktijk. Uit deze cursus blijkt ook dat jij niet als enige op zoek bent naar het gouden ei. Iedereen is dat. Het zijn turbulente tijden in de journalistiek in het algemeen en de reisjournalistiek in het bijzonder. Menigeen worstelt met dezelfde vraag: hoe kan ik de kost verdienen door de wereld rond te reizen?

Ook ik heb daarmee te maken: in de afgelopen dertien jaar kwam het overgrote deel van mijn inkomsten uit reisreportages voor kranten en tijdschriften. Net als veel andere journalisten heb ook ik te lang gewacht met het maken van de omslag van print naar online. Ook ik ben op zoek naar een nieuw verdienmodel, waardoor ik kan blijven doen wat ik graag doe – schrijven over reizen – en er mijn brood mee kan blijven verdienen. Want zelfs voor iemand met 13 jaar ervaring en een mooi portfolio is dat in deze turbulente tijd geen vanzelfsprekendheid.

Er woedt een orkaan door medialand. Je hebt een uitdagend moment uitgekozen om als reisschrijver aan de slag te gaan. Terwijl kranten en tijdschriften sneuvelen, ontstaan online nieuwe mogelijkheden. Hopelijk biedt deze cursus je alle handvatten om je door die storm te loodsen, op weg naar een kansrijke carrière als reisschrijver. Ik wens je alle succes van de wereld!

Je docent,

sander-naam



Gebruiksaanwijzing

Lees eerst de gebruiksaanwijzing voordat je aan de cursus begint!


Op de hoogte blijven?

Volg de School voor Reisjournalistiek op Facebook en Twitter!


Onderdeel 2Pina colada's en papegaaivissen
Onderdeel 3De mythe van de droombaan
Onderdeel 410 Feiten en fabels over de reisjournalistiek
Onderdeel 5De 10 meest gestelde vragen aan een reisjournalist
Onderdeel 6Schrijfoefening
Toets
Les 2Welke opleiding en talenten heb je nodig? [±2:00]
Onderdeel 7De beste opleiding bestaat niet
Onderdeel 8De X-factor van de reisschrijver: talent
Onderdeel 9De 15 deugden van een goede reisjournalist
Onderdeel 10Welk type reisschrijver ben jij?
Onderdeel 11De uitrusting van de reisjournalistGratis preview

De uitrusting van de reisjournalist

Welke spullen heb je nodig om je werk te kunnen doen?

Werkplek

Bibliotheek, café, gedeeld kantoor of hotelkamer: alle mogelijke soorten werkplekken heb ik al eens geprobeerd. Het prettigst en productiefst werk ik toch echt thuis – aan mijn bureau, aan de keukentafel, op de bank of op mijn dakterras, zonder muziek en zonder afleiding. Maar dat is hoogstpersoonlijk. Zoek dus eerst uit welke werkplek jou het beste ligt en investeer daarin, want je zult er een groot deel van je leven doorbrengen.

Computer

Idealiter beschik je over een bureau met een desktopcomputer die krachtig genoeg is om snel foto’s en video te kunnen verwerken. Daarnaast heb je voor op reis een laptop die wat minder krachtig hoeft te zijn, want die dient dan vooral als tekstverwerker en opslag. Te duur? Begin met een laptop, maar dan wel een die alles kan. Ga je (veel) fotograferen en filmen, dan heb je meer aan een Mac dan een PC.

Randapparatuur

Een 3-in-1-printer (afdrukken, scannen, kopiëren) is ook handig en hoeft niet duur te zijn. Externe harde schijven voor het back-uppen van je artikelen, foto’s en videomateriaal zijn dat wel, maar zijn ook van levensbelang. Uiteraard heb je ook een snelle internetverbinding met wifi nodig.

Software

Je artikelen schrijf je en lever je in bij je opdrachtgever als Word-document. Word is onderdeel van Microsoft Office, beschikbaar voor zowel PC als Mac. Het populairste softwarepakket voor het professioneel ver- en bewerken van foto’s is Adobe Creative Cloud met o.a. Bridge (organiseren), Lightroom (organiseren en bewerken) en Photoshop (bewerken). Voor het monteren van filmpjes is er keuze uit Adobe Premiere of Final Cut Pro.

Pen & papier

Leuk, al die hightech-gadgets, maar je belangrijkste gereedschappen zijn nog altijd: pen en papier. Een notitieblokje is op reis onmisbaar voor het snel opkrabbelen van observaties of interviewtjes met locals. Ook op je telefoon kun je aantekeningen maken of inspreken of interviews opnemen. Maar als je later je verhaal gaat uitwerken, werkt een notitieblokje handiger en sneller.

Fotocamera

Wil je serieus fotograferen? Dan volstaat je telefoon of klikklakcameraatje niet, maar moet je aan de digitale spiegelreflexcamera. Een topfotograaf heeft al snel 10.000 euro om zijn nek hangen, maar dat hoeft nou ook weer niet. Het instapmodel van Canon, de EOS 760D, kost zo’n 600 euro. Dan heb je alleen de body. Belangrijker – en duurder – zijn de lenzen. Reken voor een body, all-roundlens en groothoeklens op zo’n 1.500 euro.

Videocamera

Wil je ook filmpjes maken? Dat kan prima met je spiegelreflexcamera; de videomogelijkheden van de genoemde Canon EOS 760D zijn nagenoeg gelijk aan die van de grotere en veel duurdere 5D, die algemeen beschouwd wordt als een ideale filmcamera. Voordeel is dat je kunt beschikken over dezelfde lenzen als voor je fotografie. Wil je echt werk maken van je filmpjes? Dan heb je behalve een statief ook een schouderstatief nodig.

Reputatie

Naast de bovengenoemde materiële zaken is iets immaterieels ook van levensbelang: je reputatie. Hoe je die opbouwt door je on- en offline te presenteren, daarop wordt later in deze cursus uitgebreid teruggekomen.
Onderdeel 12Schrijfoefening
Toets
Les 3De basisprincipes van de (reis)journalistiek [±1:30]
Onderdeel 13Wat is journalistiek?
Onderdeel 14De 7 journalistieke doodzonden
Onderdeel 15Journalistieke genresGratis preview

Journalistieke genres

Laten we het journalistieke handwerk als nieuwsberichten, interviews en columns buiten beschouwing, dan heeft de reisjournalist slechts een beperkt aantal journalistieke of literaire genres tot zijn beschikking om zijn verhaal te vertellen. Hieronder staan ze kort en krachtig op een rij, van het egodocument tot de reisroman.
Het persoonlijke reisverslag

Geschreven in chronologische volgorde en in de eerste persoon is het reisverslag vooral een egodocument. Vaak is de bestemming ondergeschikt aan de schrijver; hij verhandelt uitvoerig maar zonder al teveel inhoud over ingepakte koffers, vliegtuigvertragingen en ontmoetingen met mede-rugzaktoeristen, liefst uit eigen land. Het reisverslag is niet bestemd voor een breder publiek, maar voor het thuisfront. Negen van de tien reisblogs vallen in deze categorie.

Het korte reisartikel

Een eeuw geleden kregen reisschrijvers nog ruim baan; voor een goed reisverhaal werden zomaar twintig pagina’s uitgetrokken. Nu zijn reisreportages in tijdschriften vaak niet langer dan duizend woorden, in kranten de helft en op internet nog korter. Vaak zijn die microreisverhalen van matige kwaliteit; er is weinig plek voor sfeerbeschrijvingen of enige diepgang. Maar naar deze vorm is steeds meer vraag, dus wees een meester op de vierkante centimeter.

Het vergaarverhaal

Lezers zijn dol op lijstjes – websites als Buzzfeed en Huffington Post bestaan bij de gratie ervan – en zowel redacteuren als journalisten weten dat. De 10 geheimste musea van Parijs, de 5 mooiste treinreizen van Noorwegen, de 7 hoogtepunten van Sydney: ze gaan erin als koek. Voor een flink verhaal moet je op reis of je harkt eerdere reiservaringen bij elkaar. Maar lijstjes met korte tekstjes kan je ook vanachter je bureau maken; zoek een verbindend thema en schrijven maar.

De reisreportage

De meest voorkomende vorm; een langer verslag van een reis, waarin de auteur zijn ervaringen beschrijft. Hoewel een zekere mate van dichterlijke vrijheid geoorloofd is, blijft de reisreportage redelijk dicht bij de realiteit. Niet de auteur staat voorop, maar zijn observaties, opgetekend met stijl en schwung. Een goede reisreportage is onderhoudend, informatief en humoristisch, maar vooral zo beeldend geschreven dat deze de lezer opslokt en het gevoel geeft dat hij er zelf bij is.

Het literaire reisverhaal

De reisreportage zoals hierboven omschreven is luchtig en licht verteerbaar. Daarnaast bestaat het literaire reisverhaal, waarbij plot en stijl prevaleren boven bestemming en informatie. Het literaire reisverhaal is vaak in boekvorm gegoten, of in ieder geval in longform; een lang verhaal dus, soms gepubliceerd als cyclus. Let wel: je moet een groot literator zijn om een goed literair reisverhaal te kunnen schrijven, anders leidt het geheid tot tenenkrommende mooischrijverij. 

Het reisessay

Een essay is een subjectief, beschouwend en gelaagd betoog dat de lezer aanzet tot denken. Het reisessay is uiteraard de reisvariant daarvan. De schrijver focust op een specifiek thema, zoals een persoonlijke zoektocht, een lokale traditie of een episode uit de geschiedenis. Hij geeft zijn eigen bespiegelingen en bevindingen, schrijft in de eerste persoon en speelt dus zelf een hoofdrol, maar anders dan het dagboekachtige egodocument is het reisessay van hoog literair niveau.

De reisgids

Anders dan de andere beschreven genres dient de reisgids een louter informatief doel: de reiziger wegwijs maken. Zowel voor vertrek als op de bestemming wordt hij geïnformeerd over de geschiedenis, taal, beste reistijd, openbaar vervoer, restaurants, hotels en attracties. Een goede reisgids bevat daarom zowel uitmuntend geschreven inleidende hoofdstukken met aanlokkelijke foto’s als overzichtelijke listings met bondige beschrijvingen en bruikbare plattegrondjes.

De reisroman

In de reisroman wendt de schrijver zijn reiservaring (of researchkwaliteiten) aan voor het vertellen van een fictief verhaal dat zich afspeelt op een locatie die een prominente rol speelt. Een reisroman bevat vaak autobiografische elementen; de gebeurtenissen zijn daadwerkelijk voorgevallen, maar gedramatiseerd. Ook de schrijver van het literaire reisverhaal permitteert zich vaak veel dichterlijke vrijheid, dus soms is het onderscheid met de reisroman moeilijk te maken.

Een hot topic in de journalistiek is storytelling; een nieuwerwets modewoord voor journalisten die niet zomaar sec het nieuws brengen, maar een verhaal vertellen. De reisschrijver doet dat al eeuwen. Daar zijn eigenlijk dus maar een paar formules voor – maar met het verhaalgenre ben je er nog niet; daarna moet je nog het perspectief, de toon en de stijl kiezen. Er zijn er duizend-en-een manieren om je verhaal te vertellen. Verderop in deze cursus wordt daar nog uitgebreid op teruggekomen.


De vrijheid van de reisschrijver

2vandis“Je mag als reisschrijver gebruikmaken van het instrumentarium van de romancier. Creëren van spanning, samenbrengen van twee gebeurtenissen, van drie karakters in één. Een krant verwacht altijd een zekere reportagewaarheid, terwijl een reisschrijver zich meer vrijheden kan veroorloven dan een correspondent.” Aldus Adriaan van Dis in 1999 in het tijdschrift Schrijven.

Een opmerkelijke uitspraak van Van Dis, die in het verleden meermaals werd beticht van plagiaat. In 1992 bleken enkele passages in zijn boek Het beloofde land (1990) nagenoeg identiek aan een vier jaar eerder verschenen antropologische studie van de New-Yorkse professor Vincent Crapanzano. Plagiaat was een te groot woord, vond Van Dis destijds, er was hooguit sprake van nonchalant citeren. In 1998 bleek hij twee Engelstalige boeken te hebben overgeschreven in een bijdrage aan de essaybundel Historisch tableau. En in 2001 kwam uit dat een aantal alinea’s in zijn reisbundel Een barbaar in China (1987) oorspronkelijk afkomstig waren uit een boek van de Indiase auteur Vikram Seth. Toch maakte het geen einde aan Van Dis’ schrijverscarrière. En dat heeft alles te maken met die vrijheden die de reisschrijver zich kan veroorloven.

Reisjournalisten bevinden zich in de ‘softe’ hoek van de journalistiek. We maken artikelen met weinig tot geen nieuwswaarde, die worden afgedrukt in bijlagen en katernen die vooral dienen ter verstrooiing. Voor literaire reisverhalen en romans gelden de journalistieke regels al helemaal niet. Dan heb je alle dichterlijke vrijheid van de wereld. Er zijn zaken waar zelfs literaire reisschrijvers niet mee wegkomen, zoals plagiaat – Van Dis moest driemaal diep door het stof. Maar inmiddels is iedereen het allang weer vergeten. Uiteindelijk is zelfs de dodelijkste journalistieke zonde minder dodelijk voor reisschrijvers dan voor nieuwsjournalisten.

Elke schrijver heeft zijn eigen opvattingen over journalistieke ethiek. Objectiviteit is voor de een van groot belang en voor de ander ondergeschikt. Een reisverhaal is min of meer een recensie van een gemaakte reis: een subjectieve waarneming van een land of plaats door de ogen van één persoon. Die mag best gekleurd zijn door de mening en beleving van die auteur. Sterker nog: dat is een pijler onder veel goede reisverhalen. Toch kan het geen toeval zijn dat grote reisschrijvers als Cees Nooteboom, V.S. Naipaul of Ernest Hemingway allen een gedegen journalistieke achtergrond hebben. Dat morele kompas komt reisschrijvers kennelijk handig van pas.

Onderdeel 16Pleidooi voor kritische reisjournalistiek
Onderdeel 17Schrijfoefening
Toets
Les 4Een (niet zo) beknopte historie van het reisverhaal [±2:30]
Onderdeel 18Rond de wereld in 80 reisverhalen
Onderdeel 19Epische reisavonturen uit de oudheid
Onderdeel 20De reiswijzen uit het Oosten
Onderdeel 21Middeleeuwse pelgrimages
Onderdeel 22De grote ontdekkingsreizigers
Onderdeel 23De reisschrijvers van de VOC
Onderdeel 24Op reis naar Utopia
Onderdeel 25De Grand Tour
Onderdeel 26De eerste reisgidsen
Onderdeel 27De gouden tijd van het reizen
Onderdeel 28De hoogtij van het reisverhaal
Onderdeel 29Opkomst van het massatoerisme
Onderdeel 30Het hedendaagse reisverhaalGratis preview

Het hedendaagse reisverhaal

Tegenwoordig is de hele wereld wel ontdekt en scoren reisschrijvers alleen nog als ze grote literatoren zijn. In ons eigen taalgebied voeren Cees Nooteboom en Lieve Joris de lijst aan, in het buitenland worden Chatwin, Theroux en Kapuściński gerekend tot de grootheden van de hedendaagse reisliteratuur. Die laatste treedt in zijn laatste boek in de voetsporen van Herodotos – en daarmee is de cirkel rond.
1971 • Bomans & Wolkers op Rottumerplaat
71wolkers71bomans
Jan Wolkers – Groeten van Rottumerplaat
Godfried Bomans – Dagboek van Rottumerplaat
In mijn geboortejaar doen schrijvers Godfried Bomans en Jan Wolkers Robinson Crusoe nog eens dunnetjes over. Op verzoek van de VARA brengen ze in de zomer van 1971 na elkaar elk een week door op het onbewoonde Waddeneiland Rottumerplaat. Hun enige contact met de buitenwereld: een live-radiogesprek van tien minuten met presentator Willem Ruis. Bomans en Wolkers zijn elkaars tegenpolen, zoals blijkt uit de totaal verschillende manieren waarop zij hun week afzondering beleven. Heer Bomans wordt ziek, kwijnt weg, beleeft bange nachten en is dolblij als hij weer opgehaald wordt. Natuurvriend Wolkers daarentegen komt tijd tekort, sluit vriendschappen met scholeksters en zeehonden en bouwt als kunstproject een hek rond het eiland, compleet met een voordeur en deurbel. Wolkers wordt voorgoed een Waddenman en verhuist later van Amsterdam naar Texel. Zijn dagboek Groeten van Rottumerplaat verschijnt in 1971. Bomans overlijdt enkele maanden na het eilandavontuur. Zijn Dagboek van Rottumerplaat verschijnt postuum in 1972. In 2006 verschijnt het audioboek Alleen op een eiland met 6 cd’s, met daarop alle geluidsopnamen van dit monument in de radiogeschiedenis. [SG]

1975 • Paul Theroux – De grote spoorwegcarrousel
1977 • De Zwerversjaren-trilogie
73fermor1
Patrick Leigh Fermor – Een voettocht langs Rijn en Donau
In 1933 vertrekt de 18-jarige Brit Patrick Leigh Fermor vanuit Hoek van Holland te voet naar Constantinopel. Het eerste deel van zijn reisverhaal – van Nederland langs de Rijn door nazi-Duitsland, Oostenrijk en Tsjecho-Slowakije naar Boedapest – verschijnt pas vier decennia later in boekvorm. Na Een voettocht langs Rijn en Donau (1977) is het tien jaar wachten op het vervolg: Tussen wouden en water (1986) voert over de Grote Hongaarse Laagvlakte en via Transsylvanië door de Karpaten naar de IJzeren Poort op de grens van Joegoslavië en Roemenië. Het derde deel, over de reis van Roemenië via Bulgarije naar Constantinopel, dreigt er nooit te komen – totdat jaren na dato in een Roemeens kasteel Leigh Fermors verloren aantekeningen worden teruggevonden. Maar voordat het laatste boek is afgerond, overlijdt hij in 2011 op 96-jarige leeftijd – een necrologie in de New York Times omschrijft Leigh Fermor als ‘een kruising tussen Indiana Jones, James Bond en Graham Greene’. Reisschrijver Colin Thubron en biograaf Artemis Cooper voltooien het boek op basis van aantekeningen en een eerste concept en in 2013 verschijnt Een onvoltooide reis. [SG]
1977 • Bruce Chatwin – In Patagonië
1988 • Pico Iyer – Video-avond in Kathmandu
1992 • Bill Bryson – Overal en nergens: Reizen door Europa
1992 • Cees Nooteboom – De omweg naar Santiago
1996 • De blues van Senegal, Mauretanië en Mali
Lieve Joris – Mali Blues
De door droogte en conflicten geteisterde landen Senegal, Mauritanië en Mali vormen het decor van Mali Blues. In dit boek beschrijft Lieve Joris haar reis door West Afrika aan de hand van de vele contacten die zij heeft met de lokale bevolking. Ontmoetingen met Afrikaanse bekendheden Youssou N’Dour (zanger en politicus), Sass (Moorse aristocraat), Abderrahmane Sissako(filmmaker) en Boubacar Traorë (zanger) vormen de basis van de verhalenbundel. Deze personen nemen Joris mee in hun leven om haar kennis te laten maken met de strubbelingen waarmee zij te maken hebben. Stuk voor stuk beseffen zij dat ze zelf moeten strijden voor hun vrijheden. De Malinese zanger Boubacar Traoré is sinds de verschijning van dit boek uitgegroeid tot een boegbeeld van de Afrikaanse blues. De veelvuldig onderscheiden – o.a. de Franse Orde van Kunst en Letteren – Vlaamse schrijfster Lieve Joris publiceert vanaf halverwege de jaren tachtig boeken waarin het continent Afrika centraal staat. [Hugo Nijentap: 32/50]
2005 • Ryszard Kapuściński – Reizen met Herodotos
2010 • Impressies van Afrikaans geloof
V.S. Naipaul – Het masker van Afrika
In het boek Masker van Afrika neemt doorgewinterde reisverhalenschrijver V.S. Naipaul je mee tijdens zijn zoektocht naar de verschillen in religie in Afrikaanse landen. Hij beschrijft niet alleen de bekende geloofsovertuigingen zoals het christendom of de islam, maar ook duikt hij in de religie die plaats vindt bij inheemse stammen. Hij praat met de lokale bevolking om zo meer te weten te komen van het wel en wee rond offers, rituelen en zelfs het eten van katten. Naipaul geeft inzichten in religies waar wij als westerlingen maar weinig van af weten. Hij is kritisch, maar gebruikt ook humor in zijn verhaal. De van oorsprong in Trinidad en Tobago geboren Naipaul verwachtte veel verscheidenheid in de geloofsovertuigingen, maar ‘dat was niet zo,’ aldus Naipaul over zijn boek. ‘De waarzeggers wilden overal “de botjes gooien” om de toekomst te lezen, en het begrip “energie” kwam overal voor en werd aangeboord door middel van rituele offers van lichaamsdelen’. Het thematische reisverhaal van driehonderd pagina’s neemt je mee door Oeganda, Ghana, Nigeria, Ivoorkust en Zuid-Afrika. [Merlin Everts: 35/50]
Deze lijst is verre van compleet en bovendien zo discutabel als het waarheidsgehalte van Robinson Crusoe. Heb jij een favoriet reisverhaal dat volgens jou in deze lijst thuishoort? Vertel het in de besloten Facebook-groep, leg uit waarom en nomineer meteen ook een boek dat er volgens jou juist niet in thuishoort.
Onderdeel 31Schrijfoefening
Toets
Les 5Het medialandschap in kaart gebracht: print [±2:15]
Onderdeel 32Groeien in een krimpende markt
Onderdeel 33Kranten
Onderdeel 34Tijdschriften
Onderdeel 35Reisbladen
Onderdeel 36Customer media
Onderdeel 37De toekomst van de reisjournalistiek
Onderdeel 38Schrijfoefening
Toets
Les 6Het medialandschap in kaart gebracht: boeken [±1:45]
Onderdeel 39Rondkomen van reisgidsen?
Onderdeel 40Uitgeverijen van reisgidsen
Onderdeel 41Elke schrijver wil een boekGratis preview

Reisboeken

Elke schrijver wil een boek
Elke schrijver wil onsterfelijk worden. Je enige kans daarop is: een boek. Wie zou zich de verhalen van Ernest Hemingway voor tijdschriften als Esquire, Life en Cosmopolitan nu nog herinneren als ze niet ook in boekvorm waren verschenen?

15jellebcZoals je eerder hebt kunnen lezen, had ook Hemingway het niet makkelijk: het manuscript voor zijn debuut werd meermaals afgewezen voordat hij een uitgever vond die het wilde uitbrengen. Bijna een eeuw later is het er voor aspirant-literatoren alleen maar moeilijker op geworden. Nederland ontleest het snelst van heel Europa: elk jaar worden er tien procent minder boeken verkocht – en die krimp wordt maar ten dele gecompenseerd door een verkoopstijging van digitale boeken, want die worden veelal illegaal gedownload.

Uitgeverijen spelen steeds meer op safe. Ze hebben minder budget voor ‘kleine’ boeken van hoog niveau en brengen steeds vaker alleen nog boeken uit waarvan ze zeker weten dat het bestsellers worden: de E.L. Jamesen, J.K. Rowlings, John Grishams en Dan Browns van deze wereld zitten geramd. Zij werden allen multimiljonair.

16floortjeBekendheid helpt. De boeken van Jelle Brandt Corstius verkopen beter sinds hij regelmatig op tv is. Van zijn boek Kleine landjes werden 25.000 exemplaren verkocht – een regelrechte bestseller. Dat leverde hem aan royalty’s een slordige 40.000 euro op – en dat is nog maar een van de zeven boeken die Brandt Corstius publiceerde. Ook Floortje Dessing levert aan de lopende band boeken af, zoals 25 wereldroutes die je gedaan moet hebben en 100 wereldplekken die je gezien moet hebben. De eerste druk van 365 dagen onderweg bedroeg 30.000 exemplaren, goed voor een ton aan royalty’s. Op dit moment ligt de 5de druk in de winkel.

Ook al ben jij misschien Holland’s next top travel writer: reken je nog niet rijk. Want dit zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen. Bij een verkochte oplage van 2.000 exemplaren klappen uitgevers al in hun handen; dan zijn ze uit de kosten. Alles boven de 10.000 exemplaren heet een bestseller. Maar van verreweg de meeste boeken worden maar een paar honderd exemplaren verkocht. Wil je toch een boek? Snap ik. Elke schrijver wil een boek. Maar wees realistisch: de kans dat je er rijk van wordt is zo groot als het winnen van de jackpot in de Staatsloterij.


Succesverhaal

Na deze sombere inleiding is het tijd voor een optimistisch praktijkvoorbeeld. Het is wel degelijk mogelijk om geld te verdienen aan je boek, mits je niet te beroerd bent om er zelf flink mee de boer op te gaan.

De wereld in 27 vakantiedagen

17dewereldin“Had ik het maar zelf uitgegeven, dan was ik royalty-technisch een stuk rijker geweest.” Dat zegt Johannes Keuning, auteur van De wereld in 27 vakantiedagen – Reisgids voor de werkende mens. Eind 2010 kwam het boek uit bij Nieuw Amsterdam, een gevestigde uitgever. “Hun promotie is zeer beperkt en traditioneel: persberichtje versturen, af en toe een weggeefactie. Dat stoorde me vanaf de eerste minuut en ik ben toen zelf aan de slag gegaan, door op een enthousiaste en spontane manier de media te benaderen.”

Keuning regelde recensies en andere free publicity in onder meer De Telegraaf, het AD, FD, nrc.next, Nederlands Dagblad, Metro, De Pers, FHM, Viva en Libelle. Hij startte een Facebook-pagina, waarvoor hij 1.500 euro aan advertenties uittrok. Met succes: de pagina telt inmiddels ruim 40.000 fans.

Op basis van de aanbieding van de uitgeverij hadden de boekhandels bij elkaar maar 400 exemplaren besteld. En dus stapte Keuning er zelf op af. “Je zou zeggen: irritant, zo’n schrijver die zelf boekinkopers gaat benaderen, terwijl de uitgever standaard al zijn brochures heeft en verkoopgesprekken doet. Maar mijn ervaring was dat veel inkopers het leuk vonden – en feitelijk nooit meemaakten. Doe je het niet, dan ben je een van de vele boeken die een uitgever aanbiedt. Doe je het wel, op een leuke en enthousiaste manier, dan krijg je aandacht.”

Keunings doe-het-zelf-aanpak wierp zijn vruchten af. De 5de druk ligt in de winkel en er zijn ruim 10.000 exemplaren van verkocht. Ook de advertentie-investering bleek een goede zet, zo vertelt Keuning: “Dankzij het steeds groeiende bereik en de commitment van Facebook-fans blijft mijn boek goed verkopen en geef ik inmiddels in eigen beheer ook een jaarlijkse 27 Vakantiedagen Reiskalender uit, waar duizenden exemplaren van worden verkocht.‘’

Onderdeel 42Uitgeverijen van reisboeken
Onderdeel 43De oplossing: eigen beheer?
Onderdeel 44Schrijfoefening
Toets
Les 7Het medialandschap in kaart gebracht: online [±1:45]
Onderdeel 45Dit is een kansloze lesGratis preview
Masterclass Reisjournalistiek • les 7

Het medialandschap in kaart gebracht: online

De een z’n dood is de ander z’n brood: print is passé, digitaal is de toekomst. Terwijl het beroerd gaat met kranten, tijdschriften en boeken, ontstaan online nieuwe kansen. Les 7 van de Masterclass Reisjournalistiek brengt daarom het digitale medialandschap in kaart.

les7

Houd bij hoeveel tijd je aan deze les besteedt; in de toets word je gevraagd om dit in te vullen.

Dit is een kansloze les

Even tussen jou en mij: met enige tegenzin begon ik aan het schrijven van deze les. Niet omdat ik een broertje dood heb aan digitale media, maar omdat de ontwikkelingen zó snel gaan dat de informatie hieronder alweer achterhaald zou zijn zodra ik klaar was met schrijven. Digitale magazines komen en gaan, experimenten lossen elkaar in rap tempo af en apps worden net zo snel gelanceerd als gedumpt.

Twee dingen zijn zeker: gedrukte media zijn in mineur, digitaal heeft de toekomst. Nederland vervult daarin een voortrekkersrol. Nergens gaat de ontlezing sneller dan hier: de tijdschriftenmarkt is in tien jaar tijd gehalveerd, de boekenmarkt zelfs in vijf jaar. Tegelijkertijd stijgt het gebruik van internet ook hier het hardst. Van alle Nederlanders heeft 94 procent toegang tot internet – het hoogste percentage ter wereld. Gemiddeld hebben we 3,5 apparaat met internet in ons bezit: van computer tot Apple Watch. De gemiddelde Nederlander is twee uur per dag online.

Het gaat goed met de verkoop van digitale kranten. Talloze nieuwe websites, e-magazines en apps strijden om de gunst van de lezer. Steeds vaker blijkt die lezer bereid te betalen voor kwaliteitsjournalistiek op internet. En doordat er steeds meer online gelezen wordt, heeft men ook steeds minder moeite met langere verhalen, zoals blijkt uit het succes van De Correspondent. Digitale kiosken groeien als kool; zo telt Blendle, waar je behalve hele kranten en tijdschriften ook losse artikelen kan kopen, inmiddels ruim een half miljoen gebruikers.

Toch vergaart de digitale lezer zijn informatie nóg liever gratis. NU.nl is nog altijd de grootste nieuwswebsite van Nederland. En gratis digitale magazines hebben nog altijd de voorkeur boven betaalde. Het is ook goed nieuws voor alle blogs die als paddenstoelen uit de grond schieten, want die bieden precies dat: gratis informatie, hapklaar en licht verteerbaar. Storytelling, innovatie en verdienmodel zijn woorden waar elke mediamaker de mond van vol heeft.

Waar gaat het heen? Niemand die het weet. Ik zal mijn best doen om de informatie in dit hoofdstuk up-to-date te houden. Mocht je toch iets tegenkomen dat niet meer klopt, of heb je een mooi voorbeeld van digitale innovatie dat nog niet vermeld is, laat het dan weten in de besloten Facebook-groep. Al loop je dan wel het risico dat jouw correctie of tip ook alweer achterhaald is tegen de tijd dat je op ‘Plaatsen’ klikt.


Actuele ontwikkelingen

NRC.nl vernieuwt

1nrcnlNRC ging in 1994 als eerste landelijke krant online. Eerst via De Digitale Stad, als groene lettertjes op een zwarte achtergrond, het jaar erop met een eigen website. In 2000 was NRC ook de eerste met een digitale krant,
toen nog als pdf, en in 2014 was het de eerste waarbij je op de website losse artikelen kan kopen.

NRC speelt een voortrekkersrol op internet, sinds 2013 onder aanvoering van chef online Wieland van Dijk. Jarenlang was hij redactiechef bij de grote gratis concurrent NU.nl, nu is hij bij NRC verantwoordelijk voor alles wat niet op papier wordt gedrukt: de website, verschillende apps en de digitale krant.

Bij zijn aantreden zag Van Dijk zich gesteld voor een tweeledige taak: “Van NRC.nl een nog betere, nog relevantere en nog innovatievere site maken. En manieren vinden waarop we met kwaliteitscontent ook online geld kunnen verdienen. Want we zijn ervan overtuigd dat mensen bereid zijn om te betalen voor goede journalistieke stukken.”

Onder Van Dijks leiding wordt er lustig op los geëxperimenteerd. In 2013 werd de NRC Reader geïntroduceerd, een betaalde app met dagelijks een selectie van acht achtergrondartikelen – een soort ‘best of’ van beide kranten (eerste drie artikelen gratis, daarna 8 euro per maand). In mei 2015 had de NRC Reader 26.000 betalende gebruikers.

In 2014 werd NRC Q gelanceerd, een digitale publicatie voor de haastige zakenman, met nieuws en achtergronden over bedrijven, technologie en werk (eerste 20 artikelen gratis, daarna € 8 per maand).

In het najaar van 2015 lanceerde NRC een vernieuwde website met als motto ‘digital first’; al het nieuws online, voordat het in de krant staat. Van het freemium model is overgestapt op het metered model. Daarmee verdween NRC.nl volledig achter de betaalmuur. Binnen vijf tot vijftien jaar, zo schat hoofdredacteur Peter Vandermeersch in, verdwijnt de papieren krant.

Voor freelance journalisten slinken de kansen in print, maar Van Dijk ziet voor hen volop kansen in de digitale wereld: “Online is nou net dat deel van de journalistiek waar de werkgelegenheid groeiende is en in de zin van mogelijkheden om freelance klussen te vinden, is online een hele goede plek.”

iFly: digitale klantenbinding

Het succesvolste en innovatiefste digitale reismagazine van Nederland komt niet van een bekende uitgeverij, maar van een commerciële partij: KLM. iFly Magazine verschijnt acht keer per jaar in drie talen en staat vol inspirerende reisverhalen. Zo lees je in de laatste edities over onweerstaanbaar Kaapstad, verrassend Las Vegas en de pareltjes van Nagasaki.

2ifly1Elke editie bevat zo’n tien multimediale verhalen, met korte tekstjes en beeldvullende foto’s, filmpjes en animaties, omlijst door geluidseffecten en loungemuziekjes. Het magazine is te lezen op je computer, tablet of smartphone. De navigatie is intuïtief; je klikt of swipet er makkelijk doorheen. iFly wordt gemaakt door het Utrechtse bureau Born05, met medewerking van freelance reisschrijvers als Jurriaan Teulings, Matthijs Meeuwsen en Mike Raanhuis. Sinds 2009 zijn er zo’n vijftig edities verschenen met honderden reisverhalen.

Het verdienmodel blijkt uit de ondertitel: Reasons to travel. KLM hoopt via het magazine vliegtickets te verkopen; bij elk verhaal staat een link naar de boekingssite. Daarnaast zijn er advertorials en advertenties van merken als Coca-Cola, Samsung en Heineken. Ook die zijn interactief en bovendien makkelijk weg te klikken, zodat ze een onderdeel van het format vormen en niet snel als storend zullen worden ervaren. De productiekosten bedragen naar verluidt zo’n 100.000 euro per editie. Dat is een fors bedrag, maar een fractie van wat het kost om een papieren tijdschrift te maken met een vergelijkbaar bereik.

iFly Magazine bereikt 8 miljoen lezers in 18 landen. Het magazine won verschillende vakprijzen, waaronder de Grand Prix Customer Media, en doet het ook goed op de sociale media, met 136.000 likes op Facebook, 7.500 volgers op Twitter en 3.000 abonnees op YouTube.

Persgroep: Paper

Barbara van Beukering was hoofdredacteur van de Amsterdamse stadskrant Het Parool, totdat zij in 2015 in een nieuw avontuur stapte. Een nieuw digitaal magazine, nieuwe titel, nieuw merk, nieuw medium: Paper.

3paperPaper schept orde in de information overload: een kleine redactie selecteert dagelijks de vijftien beste artikelen uit de kranten van de Persgroep (de Volkskrant, Trouw, AD, Het Parool, De Morgen en regionale dagbladen). De eerste maand is het gebruik van de app gratis, daarna kost Paper 5,95 euro per maand.

Lijkt dat niet erg op NRC’s Reader? Paper werd gelanceerd met een uitgekiende pr-campagne en kan putten uit een breder aanbod, want de Persgroep is inmiddels ruimschoots de grootste nieuwsuitgever van Nederland, met elf kranten méér dan de twee van NRC. Maar het idee is dito: een hapklare selectie voor de lezer met weinig tijd die snel het nieuws wil scannen.

NRC Reader heeft volgens eigen opgave inmiddels 29.000 betalende gebruikers, voor het einde van 2015 wil Paper 10.000 betalende abonnees hebben.

Onderdeel 46Nieuwsmedia
Onderdeel 47Magazines
Onderdeel 48Digitale kiosken
Onderdeel 49Reisgidsen
Onderdeel 50Bloggersplatformen
Onderdeel 51Sociale media
Onderdeel 52Schrijfoefening
Toets
Les 8Hoe versla je de concurrentie? [±1:45]
Onderdeel 53De concurrentie is moordendGratis preview
Masterclass Reisjournalistiek • les 8

Hoe versla je de concurrentie?

Er zijn er maar een paar die ervan kunnen rondkomen, toch noemen 135 Nederlandse freelancers zich reisjournalist. De concurrentie is moordend. Hoe zorg jij ervoor dat je al die anderen voor bent en wél aan de bak komt? Daarover gaat les 8 van de Masterclass Reisjournalistiek.

les8

Houd bij hoeveel tijd je aan deze les besteedt; in de toets word je gevraagd om dit in te vullen.

De concurrentie is moordend

De journalistiek is een vrij beroep. Iedereen mag ‘journalist’ op zijn visitekaartje zetten – of reisjournalist. Dat gebeurt dan ook volop: in Nederland zijn er tenminste 135 freelancers die zich profileren als reisjournalist, reisschrijver of travel writer.

Vaste redacteuren van kranten en tijdschriften zijn daarbij buiten beschouwing gelaten, hoewel die potentiële opdrachtgevers tegelijkertijd ook concurrenten zijn – want elke klus die zij zelf doen kunnen ze niet aan jou gunnen. Ook Vlaamse reisjournalisten zijn niet meegeteld, ook al begeven zij zich geregeld ook op de Nederlandse markt. En dan is er nog de groeiende groep van honderden reisbloggers, die ook al aan je stoelpoten zagen. Toch zijn er onder al die wannabe’s en reisschrijvers maar een paar die er daadwerkelijk van kunnen leven.

Als freelancer is het van levensbelang dat je vindbaar, bereikbaar en zichtbaar bent – daar is zelfs een hele les van deze cursus aan gewijd. Het verbaasde mij dan ook dat van al die reisjournalisten er maar liefst 20 geen website hebben. Niet alle ‘reisjournalisten’ zijn dan ook even serieus met hun vak bezig; sommigen doen het erbij, naast hun echte werk als communicatieadviseur, marketeer, pr-medewerker, gids, reisagent, reisbegeleider, vormgever, vertaler, stewardess, croupier of taxichauffeur.


Meten is weten

Reken op een jaarsalaris van niet meer dan 20 mille, een afbrokkelend honorarium, veel onbetaalde uren en weinig opdrachtgevers. De realiteit van het freelancen in cijfers. 

In 2013 deed het Tilburgse instituut Pyrrhula in samenwerking met de Universiteit van Tilburg en in opdracht van de NVJ (Nederlandse Vereniging van Journalisten), FLA (Freelancers Associatie), FF (Fotografen Federatie) en auteursrechtenorganisatie LIRA (waarover meer in de volgende les) onderzoek onder zo’n 850 freelance journalisten, schrijvers en fotografen. Hen werd gevraagd naar hun motieven om te freelancen, het aantal opdrachtgevers, het werk dat ze verrichten, hun inkomsten, afnemende opdrachten en toenemende concurrentie. Hieronder enkele uitkomsten van het onderzoek.

Leeftijd

Tot 3516%
36-5562%
55+22%

Motieven om te freelancen

Ondernemerschap: 43%

Gedwongen: 29%

Vrijheid: 3%

Combinatie: 24%

Verhouding tussen puur journalistiek, schrijvend of fotograferend werk en andersoortige klussen
Puur63%
Anders37%
Gemiddeld aantal opdrachtgevers
3,4
Verhouding tussen het aantal gewerkte en betaalde uren per week

Gewerkt: 36 uur
Betaald: 23 uur

Uurtarief

2003: € 65
2013: € 57

Tarief per woord

2008: € 0,40
2013: € 0,32

Tarief per foto

2003: € 75
2013: € 45

Belastbaar inkomen

2002: € 26.300
2012: € 21.844

Hoeveel concurrentie ervaart men van andere freelancers?
Veel17%
Vrij veel44%
Niet zo veel31%
Weinig8%
Toekomstplannen
Blijft freelancen96%
Stopt ermee4%
Onderdeel 54Wie zijn je concurrenten?
Onderdeel 55Hoe versla je die concurrentie?
Onderdeel 56Haat en nijd onder reisjournalisten
Onderdeel 57Zo versla je de concurrentie níet
Onderdeel 58Creëer je eigen USP
Onderdeel 59Schrijfoefening
Toets
Les 9Hoe presenteer je je als professioneel reisjournalist? [±1:45]
Onderdeel 60Het belang van een goede website
Onderdeel 61Communicatie en zelfpromotie
Onderdeel 62Het nut van netwerken
Onderdeel 63Schrijfoefening
Toets
Les 10Voorbereiding: ideeën, research, aantekeningen [±3:00]
Onderdeel 64Wat is een goed artikelidee?Gratis preview
Masterclass Reisjournalistiek • les 10

Voorbereiding: ideeën, research, aantekeningen

Aan elk reisverhaal gaan dagen, weken of maanden van voorbereiding vooraf. Je hebt het idee gepitcht, sponsoring geregeld, research gedaan, een planning gemaakt en je bent natuurlijk op reis geweest. Pas dan kun je gaan schrijven. In dit hoofdstuk lees je over drie belangrijke aspecten van die voorbereiding: artikelideeën, research en aantekeningen.

cursus reisjournalistiek

Houd bij hoeveel tijd je aan deze les besteedt; in de toets word je gevraagd om dit in te vullen.

Wat is een goed artikelidee?

Het vergaren van ideeën voor artikelen zal je in het begin veel tijd kosten. Maar wees gerust: voordat je het weet hoef je ze helemaal niet meer te zoeken, maar dienen ze zich vanzelf aan. Maar hoe kom je eraan en wat is een goed artikelidee?

Kranten, tijdschriften, internet, boeken, borrels, beurzen, vrienden, vreemden – de ideeën voor mijn reisreportages haal ik overal vandaan. In den beginne was dat bijna een dagtaak: wekenlang schuimde ik allerlei bronnen af op zoek naar inspiratie. Die ruwe ideeën zette ik in lange lijsten per land op een rij. De leukste pikte ik eruit en daar verdiepte ik me dan in, lang genoeg om er een pakkend tekstje over te kunnen schrijven. Daar maakte ik vervolgens lijstjes van en die stuurde ik rond naar redacteuren.

Aanvankelijk maakte ik ook elk jaar een reisplanning voor het jaar erop: in de winter naar Mexico, Australië en Arabië, in het voorjaar naar de Balearen, de Oostzee en Japan, in de zomer naar Zuid-Amerika en Antarctica en in de winter naar Afrika en de Stille Zuidzee, zoiets. Veel van die reizen kwamen nooit van de grond, want opdrachtgevers hapten niet toe of ik kreeg de sponsoring niet rond. Maar dat deerde niet, want die reizen kon ik altijd later nog eens maken. En de uitgewerkte ideeën verjaarden niet, dus ook dat was geen verspilde moeite. Wat in het vat zit…

Belangrijker waren de reizen die wél van de grond kwamen. Het plan van aanpak werkte, want het leverde al snel opdrachten op. De eerste reisreportages die ik maakte gingen bijvoorbeeld over de culinaire kant van Stockholm, het onbekende achterland van Turkije of de Noorse hoofdstad van het noorderlicht. In alle eerlijkheid: ik deed maar wat. Ik las zelden reisverhalen van anderen, ik had geen uitgebreid netwerk in de reisbranche, ik volgde mijn instinct. Als ik er nu op terugkijk, was het eigenlijk een tamelijk amateuristische aanpak.

Gek genoeg leverde het leesbare reisreportages op, die bij lezers en opdrachtgevers in goede aarde vielen. Daarna hoefde ik niet meer zo bezeten op zoek; de ideeën dienden zich vanzelf aan. Reis je naar Spanje voor drie reisreportages, dan kom je terug met tien nieuwe ideeën. Die noteerde ik allemaal in een Word-bestandje, dat in de loop der jaren steeds ongeorganiseerder werd. Het telt inmiddels een paar honderd pagina’s, met veel uitgewerkte ideeën maar nog veel meer losse flodders. Af en toe pluk ik er weer eens iets uit. De komende decennia kan ik er nog mee voort.

Elke reisreportage begint bij een goed idee. In het begin moet je moeite doen om die te vinden, niet veel later zul je erin zwemmen. Maar dan nu terug naar de kop van dit artikel: wat is dat eigenlijk, een goed idee? Dat is een lastige vraag, want het antwoord hangt niet alleen af van jouw eigen smaak, voorkeuren en specialismen, maar ook van die van lezers en opdrachtgevers – en bij hen kun je niet in hun hoofd kijken. Welke ideeën wel en niet aanslaan, dat blijft toch een gok. Het kan dus geen kwaad om er in eerste instantie, net als ik, een paar honderd paraat te hebben en, net als ik, maar gewoon wat te proberen.

Dat gezegd hebbende zijn er natuurlijk wel wat foefjes. Bijvoorbeeld het besef dat redacteuren worden overspoeld door voorstellen van freelancers. Ze zitten niet om jouw artikelen te springen. Toch worden zij regelmatig gebeld met vragen als: “Ik ga volgende week naar Mauritius, wat mag ik daar voor je maken?” Slecht idee. Als die redacteur al weet wat voor Mauritiaanse reisreportage hij wil hebben, dan had hij het al als opdracht uitgezet. Kom je daarentegen op de proppen met concrete, originele en creatieve ideeën die hij zelf nog niet had bedacht, dan maak je meer kans om af te reizen naar dat Afrikaanse droomeiland.


10 ingevingen voor goede artikelideeën

  1. Kijk de kunst af
    Je krijgt al snel in de smiezen hoe anderen het doen door reisreportages te bestuderen in kranten, tijdschriften, blogs en boeken. Welke invalshoeken leveren de mooiste verhalen op? Begin eens bij The Guardian; die Britse kwaliteitskrant heeft alle reisverhalen gratis en integraal online staan.
  1. Volg je voorbeeld
    Talloze schrijvers schreven prachtige reisverhalen door hun voorgangers na te reizen: Marnix Gijsen zeilde Odysseus achterna over de Middellandse Zee, Ryszard Kapuscinski herbeleefde de Historiën van Herodotus en Michael Palin trok door Spanje en Cuba in het spoor van Hemingway.
  1. In het voetspoor
    Ook recentere beroemdheden vormen een fijne focus: bijvoorbeeld het Devon van Agatha Christie of het Madrid van Pedro Almodóvar. Dergelijke invalshoeken vind je bijvoorbeeld via de websites van toeristenbureaus, want die zijn natuurlijk trots op hun beroemdheden.
  1. Ken je publiek
    Het is niet slim om hetzelfde artikelidee onverkort voor te stellen aan verschillende potentiële opdrachtgevers. Elke krant en elk blad heeft een eigen doelgroep. Stem je idee daarop af, dan vergroot je de kans dat de desbetreffende redacteur toehapt.
  1. Ken het medium
    Stel je enthousiast een prachtige reportage over het Japanse Kioto voor aan reisblad X, is de repliek: “Vorige week hadden we nog een coververhaal over Japan.” Had je moeten weten, dat is wel zo professioneel. En het is op internet in veel gevallen vrij makkelijk te checken.
  1. Pluis je reisgids uit
    Je kent ze wel: die kadertekstjes in reisgidsen waarin een opmerkelijk onderwerp wordt uitgelicht – bijvoorbeeld het Barcelona van Gaudí. Nou zijn reisgidsen vooral praktische naslagwerken, maar zo’n onderwerp of typisch thema kan best eens een basis bieden voor een boeiende reisreportage.
  1. Bovenop het nieuws
    Zorg ervoor dat je op de hoogte bent en blijft van actuele gebeurtenissen, grote evenementen en reistrends. Verwerk zo’n actuele ‘kapstok’ tot een kant-en-klaar artikelidee voor een bestemmingsverhaal, pitch het bij een opdrachtgever en voor je het weet stap je in het vliegtuig.
  1. Wees er op tijd bij
    Stel, je wilt een reportage maken over wat de Franse speelsteden de bezoekers van het EK voetbal te bieden hebben. Ben je er een jaar van tevoren bij, dan zou je nog de eerste kunnen zijn met dat idee. En dan is er genoeg tijd om de reis te maken en het verhaal ruim van tevoren te publiceren.
  1. Zoek het specifiek
    Hoe verder de bestemming, hoe breder je verhaal kan zijn – een reisreportage over Japan of Taiwan kan, maar een verhaal over heel Frankrijk? Nee. Niemand wil lezen over ‘de tien hoogtepunten van Parijs’ – hoe dichterbij je blijft, hoe origineler je invalshoek zal moeten zijn.
  1. Leg je oor te luister
    Journalisten doen niet snel ideeën op bij verkeersbureaus. Logisch: bij het Frans verkeersbureau werken stagiaires die niet weten dat champagne behalve een prikwijntje ook een streek is. Maar pik de goede eruit en het zijn regelrechte experts van de bestemming die ze vertegenwoordigen.
Onderdeel 65De zin en onzin van research
Onderdeel 66Het belang van goede aantekeningen
Onderdeel 67Schrijfoefening
Toets
Les 11De schrijfwijzer van de reisschrijver: techniek [±2:15]
Onderdeel 68De mores van MulischGratis preview
Masterclass Reisjournalistiek • les 11

De schrijfwijzer van de reisschrijver: techniek

Schrijven is simpel: het is een kwestie van letters in de juiste volgorde zetten. Die letters vormen woorden, woorden worden zinnen, zinnen vormen alinea’s, die alinea’s worden paragrafen en hup, je hebt een verhaal. Maar dat kan op ontelbaar veel manieren – en dat is wat schrijven moeilijk maakt. Gelukkig bestaan er regels en richtlijnen, technieken en trucjes voor. Hoe schrijf je een verhaal dat staat als een huis?

cursus reisjournalistiek

Houd bij hoeveel tijd je aan deze les besteedt; in de toets word je gevraagd om dit in te vullen.

De mores van Mulisch

Bij een bestaan als reisschrijver komt veel kijken. Maar kijk eens goed naar dat woord: reisschrijver. Het is een samenstelling van reizen en schrijven – daar draait het om. Daarbij is reizen het middel en schrijven het doel. Als je aan de slag wilt als reisschrijver, dan moet schrijven je hoogste prioriteit zijn. Dat is het belangrijkste aspect van je vak en dat moet je dus uitstekend beheersen.

1mulischHarry Mulisch zei ooit dat hij een boek niet hoefde te lezen om te weten of het goed was – dat kon hij zien. Was de structuur goed, dus stonden alle alinea’s, paragrafen en hoofdstukken op de juiste plek, zodat het er netjes uitzag, dan had de schrijver zijn woorden en zinnen zorgvuldig gekozen, erover nagedacht en er aandacht aan besteed. Dan moest het wel een goed en leesbaar boek zijn. Beoordeel een boek dus niet op de kaft, maar op de structuur.

Goed schrijven vergt niet alleen creativiteit, maar ook techniek. Zaken als structuur, perspectief, spanningsboog, tijdsbepaling en stijlelementen zijn geen dogma’s, maar handige hulpmiddelen die ervoor zorgen dat jij een verhaal kan schrijven dat de lezer kan (en wil) lezen. Daarom belicht deze les puntsgewijs de techniek van het schrijven van een reisverhaal.


Reisschrijvers over schrijven

2vandisAdriaan van Dis
“Je mag als reisschrijver gebruikmaken van het instrumentarium van de romancier. Creëren van spanning, samenbrengen van twee gebeurtenissen, van drie karakters in één. Een krant verwacht altijd een zekere reportagewaarheid, terwijl een reisschrijver zich meer vrijheden kan veroorloven dan een correspondent.” [bron]
3visserCarolijn Visser
“Maak het niet te ingewikkeld. Ga niet knoeien met de chronologische volgorde. Als je met tijd wilt spelen, dan kun je bijvoorbeeld gebruikmaken van flashbacks. Of begin met ‘toen wist ik nog niet dat…’ en neem zo een voorschot op wat gaat komen, dat geeft ook spanning aan een reisverhaal.” [bron]
4benaliAbdelkader Benali
“Een goed reisverhaal maakt van de lezer een reiziger. De schrijver reist en observeert, geeft het terug aan het papier, het verhaal wordt een reis op zich is en de lezer is dan de reiziger geworden. Als hij het reisverhaal dichtslaat, blijft hij achter met een melancholiek gevoel. Een gevoel van: ‘Ik ben echt op pad geweest met iemand’.” [bron]

Onderdeel 69De anatomie van een reisverhaal
Onderdeel 70De bouwstenen van je verhaal
Onderdeel 71Het vertelperspectief
Onderdeel 72Verleden of tegenwoordige tijd?
Onderdeel 73Denk aan je doelgroep
Onderdeel 74De overeenkomst tussen Obama en Homerus
Onderdeel 75Schrijfoefening
Toets
Les 12De schrijfwijzer van de reisschrijver: creatief [±2:00]
Onderdeel 76Een reisverhaal dat leest als een treinGratis preview
Masterclass Reisjournalistiek • les 12

De schrijfwijzer van de reisschrijver: creatief

Er is geen plek op aarde meer over die nog niet bezocht en beschreven is. Het gaat er niet om waar je bent en wat je beleeft, maar hoe je het opschrijft. Een goede reisreportage bestaat uit een smakelijke mix van gedetailleerde beschrijvingen, gefundeerde feiten, boeiende achtergronden en scherpe observatie. Hoe schrijf je een reisverhaal dat leest als een trein? Die vraag staat centraal in les 12 van de Masterclass Reisjournalistiek.

cursus reisjournalistiek

Houd bij hoeveel tijd je aan deze les besteedt; in de toets word je gevraagd om dit in te vullen.

Een reisverhaal dat leest als een trein

“Wat een mooi verhaal, het leest als een trein en ik had echt het gevoel dat ik erbij was.” Die reactie kreeg ik ooit op een reportage over een treinreis met de Trans-Azië Expres van Istanbul naar Teheran, waarmee ik in 2011 de Aad Struijs Persprijs won, de enige onafhankelijke vakprijs voor Nederlandstalige reisjournalistiek.

Dat is het mooiste compliment dat ik me kan wensen. Want het geeft precies aan waar het schrijven van een reisverhaal om draait: dat je een bestemming zo beeldend beschrijft dat de lezer in het verhaal wordt gezogen en het gevoel heeft dat hij er zelf bij is. Sleep de lezer uit zijn leunstoel en neem hem mee op reis. Maak van de lezer een reiziger, dat is het doel.

Dé manier om een goede reisreportage te schrijven bestaat niet. Er zijn honderden, nee duizenden goede manieren – en miljoenen slechte manieren. Met een zakelijke beschrijving van een plein, stad of bezienswaardigheid bereik je dat doel niet, met een stortvloed aan geschiedenis, feiten en cijfers evenmin. Waarmee dan wel? Dat hoop ik in deze les voor je op een rijtje te zetten.

transazieexpres


Praktijkvoorbeelden

Maar eerst: een veldonderzoekje. Hieronder vind je fragmenten uit drie reisverhalen over de Trans-Azië Expres, een trein die eens per week van Istanbul naar Teheran rijdt en vice versa. Driemaal dezelfde treinreis, driemaal radicaal anders verslagen.

Een enkeltje Teheran

Eens per week vertrekt uit Istanbul de trein naar Teheran. Per vliegtuig duurt de reis drie uur, de Trans-Azië Expres doet er drie dagen en nachten over. Een treinreis om nooit te vergeten, dat Perzische partijtje tussen de rails.

Sander Groen, AD, 2009

Woensdag 19.30 uur: Haydarpasa, Istanbul
Aan de Bosporus staat een van ’s werelds meest grandioze treinstations, dat zich moeiteloos kan meten met Amsterdam Centraal of New York Grand Central. Het Haydarpasa-station in Istanbul ademt de grandeur van de Oriënt Expres, hoewel die hier nooit stopte. Eindpunt van de luxetrein uit de belle époque was Sirkeçi – een knullig Märklin-stationnetje vergeleken bij dit neoclassicistische spoorwegkasteel.

Sinds de opening van het station, 101 jaar geleden, is er weinig veranderd. Arriveren doe je hier over water, per intercontinentale ferry die verdacht veel wegheeft van de stoomboot van Sinterklaas. In Europa aan boord en ontschepen in Azië, waar je zo een eeuw terug in de tijd wordt geslingerd. De stoomtrein naar Bagdad of Damascus rijdt niet meer, maar eens per week staat er nog wel een exotische verbinding naar het Midden-Oosten op het matrixbord: de TransAsya Ekspresi treint in 69 uur ofwel drie dagen en drie nachten naar Teheran. […]

13.00 uur: tussen Yerköy en Kayseri
Bij de lunch van sjisj kebab, geserveerd met een glimlach van oor tot oor door Riza, met stip de vrolijkste van het half dozijn Turkse treinpersoneel, komen de eerste pullen Efes-pils op tafel. De islamitische republiek Iran is alcoholvrij en de passagiers nemen het ervan nu het nog kan, Iraniërs incluis. Alleen laten zij zich nog niet zien. Dat zit, zo legt de Amerikaans-Iraanse Masoud uit, in de volksaard.

Iraniërs maken het graag gezellig met elkaar; ze trekken eropuit in de bergen om met vrienden te picknicken of halen de hele familie in huis voor een feestmaal met drank en zang en dans. Stiekem natuurlijk, want van het islamitische regime dienen mannen en vrouwen gescheiden te blijven en plezier is in Iran in naam van Allah verboden. In de restaurantwagon komt de stemming erin en ook vanachter de schuifdeurtjes van de coupés klinkt een en al vrolijkheid. Wel jammer dat de oosterse en westerse feestjes gescheiden blijven – maar daar weet Masoud raad mee. Hij smoest wat met het treinpersoneel en grijnst dan triomfantelijk: “Tonight we’ll have a party on wheels!” […]

20.30 uur: ongemerkt voorbij Sivas
De tussenstop in Sivas, geboortestad van staatssecretaris Nebahat Albayrak, gaat ongemerkt voorbij. In het restaurantrijtuig is de beloofde party on wheels in alle hevigheid losgebarsten. Straatmuzikant Nigel haalt zijn gitaar tevoorschijn en speelt Cat Stevens’ Wild World tot Oasis’ Wonderwall, terwijl het publiek uit volle borst meezingt en ritmisch meeklapt. Dan is Iran aan de beurt: de ene na de andere Perzische klassieker volgt, in gezang dat in westerse oren steeds hetzelfde klinkt: loei-le-loei-loei, loei-le-loei-lóéóéóéi.

Er wordt nog net niet op de tafels gedanst, maar gedanst wordt er. Halve liters bier, hele flessen Turkse wijn en piccolo’s raki zijn niet aan te slepen en iedereen kletst met iedereen, in beperkt Engels gemixt met Perzisch en met handen en voeten. Terwijl de trein met honderd kilometer per uur door de Turkse nacht dendert, blijft het lang onrustig in het restaurant op rolletjes.

Dat ik juist hiermee die prestigieuze prijs won, verbaasde mij. Deze reportage is geschreven in chronologische volgorde – terwijl ik dat bewust bijna nooit doe. Kennelijk pakte het toch goed uit: de jury roemde juist die ‘presentatie in dagboekvorm’ en de ‘prettig leesbare, pulserende schrijfstijl in eigentijds woordgebruik’. Verder zei de jury: “Sander Groen voert de lezer mee aan de hand van prachtige vergezichten en mooie momenten met medereizigers, die een afspiegeling vormen van het bonte gezelschap passagiers op deze route. De lezer leeft en zucht 74 uur met hem mee en realiseert zich gaandeweg dat je waar ook ter wereld vrienden kunt maken – ontmoetingen die een reis in je geheugen griffen.”

Het volledige verhaal lees je hier.

Na de grens krijgen we geblondeerd haar te zien

De Trans-Azië Expres rijdt wekelijks van Iran naar Turkije. De grenzen zijn hier nog ouderwets grenzen.

Carolien Roelants, NRC, 2012

Als de gebedsdienst op de televisieschermen in Terminal 2 van het Centraal Station van Teheran klaar is, volgt naadloos een voetbalwedstrijd. Uitzwaaiers nemen afscheid van familie en vrienden die straks aan boord gaan van de Trans-Azië Expres, de wekelijkse treinverbinding met de Turkse hoofdstad Ankara. Koffers en koelboxen vol eten staan hoog opgestapeld. Passagiers gaan nog een laatste keer naar een vaste wc voor ze de schommelende hurker op moeten. Het is woensdagavond; zaterdagmiddag is de aankomst in Ankara, zo’n 2.500 kilometer verderop.

De Iraanse trein van de expres rijdt tot de kade van de Oost-Turkse stad Van, vanwaar een roestige veerboot de passagiers het grote meer overvaart. In Tatvan, aan de andere kant, wacht de Turkse trein. Die boemelt Turkije door van oost naar west. Officieel is Istanbul de eindbestemming, maar wegens infrastructurele werken is er de komende paar jaar geen spoorverbinding tussen Ankara en de grootste Turkse stad.

Iraanse burgers vormen vandaag het grootste deel van de kleine honderd reizigers, naast een kleine minderheid Turken en een paar westerse toeristen. Iran en Turkije onderhouden nauwe, zij het niet altijd even warme betrekkingen. Maar de meeste reizigers tussen beide landen nemen het vliegtuig; de goedkope trein is voor wie om de een of andere reden geld wil uitsparen – of, zoals mijn dochter en ik – nog eens ouderwets romantisch wil reizen.

De Iraanse trein is oud en knus. In de vierpersoonscoupés wachten de nieuwe passagiers gekoelde flessen water en verse kranten. Gordijntjes hangen langs het raam en een tapijtje ligt op de grond. Pakketten bloemetjeslakens liggen klaar voor straks op de couchettes. Personeel in blauwe streepjesoverhemden komt langs met het eten: kip met rijst vanavond voor het diner, in de ochtend ontbijt, weer kip voor de lunch en brood met een blikje krab vóór de pont.

In de restauratiewagen, ook met gordijntjes, staan boeketten plastic rozen op tafel. De tweede conducteur schuift aan en vertelt bij thee en Turkse koffie eigenlijk arts te zijn. Eén keer per maand reist hij met de trein mee om de sleur in zijn ziekenhuis in Teheran te doorbreken. […]

Na de grens blijkt wie een hoofddoek opheeft omdat het van de Iraanse overheid moet, en wie uit religieuze overtuiging. De geblondeerde kapsels onthullen zich nu helemaal; de oudere generatie blijft bedekt.

De acht uur durende overtocht over het meer van Van voltrekt zich in de nacht. Om vier uur ’s ochtends staat aan de andere kant de nieuwere, maar kariger Turkse trein klaar. Geen kleedje op de grond of gezellige gordijntjes, en gewone witte lakens op de couchette. […]

De Turkse restauratiewagen is lang niet zo knus als de Iraanse, maar het eten is aanzienlijk beter, en in de avond verandert hij in een sociëteit. Iraanse families zitten te kaarten; iedereen deelt gezellig dadels en zoutjes uit. Een jonge Azeri met een groot kruis om zijn nek wil weten of wij ook christenen zijn.

De volgende dag verraadt de nadering van Ankara zich door de groeiende aanwezigheid van moderne fabrieksgebouwen. Het landschap verrommelt. Met drie uur vertraging komt de Trans-Azië Expres op zijn bestemming aan. Nu nog zes uur in de bus naar Istanbul, en de douche.

Carolien Roelants is niet de eerste de beste. Drie decennia was ze Midden-Oostencorrespondent voor NRC, tegenwoordig schrijft ze columns voor die kwaliteitskrant. Ze kent de regio als haar broekzak en heeft een respectabele staat van dienst. De treinreis met de Trans-Azië Expres biedt volop aanknopingspunten voor een boeiende reisreportage: drie dagen lang boemel je in een afgesloten cocon door een steeds veranderend landschap en valt er niet veel meer te doen dan kennismaken met je medepassagiers, die allemaal een verhaal hebben. Maar dit stuk is tam. Veel beschrijving, weinig beleving. En door de laatste zin blijft de lezer achter met de gedachte dat dat was waar Roelants drie etmalen lang vooral naar snakte: een douche.

Het volledige artikel lees je hier.

Van Ataturk naar Khomeini

De Trans-Azië Express voert je van Turkije naar Iran. Een treinreis van een kleine 3000 kilometer waar je ongeveer 70 uur over doet. Genoeg tijd voor avontuur en bijzondere ontmoetingen.

Alexander Reeuwijk, Azië Magazine, 2009

Met een gevoel van opwinding verlaat ik het Europese deel van Istanbul. Met de veerboot steek ik de Bosporus over naar het Haydarpasha treinstation in het Aziatische deel van de Turkse stad.

Het station, een cadeautje van de Duitse keizer aan zijn Turkse ambtgenoot, dient als vertrek- en aankomstpunt voor alle treinen richting het oosten. Zo ook voor de Trans-Azië Express, de trein die vanuit Istanbul via Ankara, Kayseri en Sivas dwars door Turkije het westen van Iran in zal rijden. […]

Het is zo rustig in de trein dat ik een 4-persoons coupé voor mij alleen heb. De coupé naast mij wordt bezet door 2 Italiaanse reizigers, in de overige coupés zitten Iraniërs. Alle reizigers blijven in de trein tot aan Teheran. We zijn tot elkaar veroordeeld en dat schept een band.

Zodra de trein als een slang door de buitenwijken van Istanbul kronkelt, zijn de stewards van de wagon begonnen met het uitdelen van het beddengoed. Ze blijven tot Tatvan, een plaats aan het Vanmeer in het oosten van Turkije op de trein. Daar zal het Turkse deel van deze treinreis eindigen.

Voordat ik mijn bed in wil stappen, word ik uitgenodigd in een coupé van Iraniërs. “Of ik trek heb in een glas raki,” vraagt een van hen met een ondeugende blik in zijn ogen. “Nu mag het nog, straks is het over met de pret.” Zelfs de geur van alcohol kan in Iran al reden voor arrestatie zijn. Over een paar uur zal er niet meer worden gedronken. […]

In de restauratiewagon, met tafels, banken, een toonbank met zakjes chips en een portret van Atatürk, zitten 5 Iraanse mannen. Als ik bij ze kom zitten, schakelen ze van Farsi over op Engels. Ze hebben het over de aankomende verkiezingen in juni. Ze zijn het er unaniem over eens dat de huidige president, Ahmadinejad, herkozen zal worden. Ik vraag of de kandidatuur van Khatami, de vorige president en een gematigd progressief politicus, geen roet in het conservatieve eten zal gooien.

“Geen kans,” zegt Ali, een banketbakker van 50 jaar met een grijze snor en een hartelijke glimlach. “Ayatollah Khamenei, de religieus leider van Iran, heeft zijn voorkeur uitgesproken voor Ahmadinejad.” Daarmee is volgens Ali de verkiezingsuitslag beklonken.

De politieke discussie wordt abrupt afgebroken als een jonge man, Ahmet, met een enorme keyboard de wagon binnenstapt. De toonbank wordt ontruimd en hij begint Turkse en Perzische liederen te zingen. Ahmet is een zanger uit Ankara, die zowel in Turkije als Iran, het land van zijn vader, optreedt.

De wagon stroomt langzaam vol, de raki komt op tafel en het wordt steeds gezelliger. Totdat het gangpad als dansvloer fungeert en zelfs het portret van Ataturk mee lijkt te deinen op het ritme van de muziek. En het schommelen van de wagon natuurlijk.

Alexander Reeuwijk kent de weg in Iran: de afgelopen tien jaar kwam hij er regelmatig en in 2015 verscheen zijn boek Achter de sluier het land. Hij is goed ingewijd en dat komt zijn stuk ten goede. Reeuwijk voelt zich op zijn gemak tussen de Iraniërs, komt zijn coupé uit en praat met mensen. Ook hij verwerkt via een zegsman op terloopse wijze informatie over het repressieve Iraanse regime in zijn stuk, en hij zoekt zijn bed niet op voordat het Perzische partijtje in de restauratiewagon goed op gang is gekomen. Aan woordkeus en zinsbouw had nog iets meer aandacht mogen worden besteed (drie keer ‘coupé’ in twee zinnen), maar verder leest ook dit reisverhaal als een trein. Na het lezen ervan schommelt de lezer zelf nog een beetje na.

Het volledige artikel staat in Azië Magazine van april 2009 en een verlengde versie ervan verscheen in zijn boek.

Onderdeel 77Het recept van een goed reisverhaal
Onderdeel 78De valkuilen van het reisverhaal
Onderdeel 79Schrijven is een vak
Onderdeel 80Nog drie gouden tips van de pro's
Onderdeel 81Schrijfoefening
Toets
Les 13De schrijfwijzer van de reisschrijver: schaven [±4:00]
Onderdeel 82De eerste ronde: een checklistGratis preview
Masterclass Reisjournalistiek • les 13

De schrijfwijzer van de reisschrijver: schaven

Eindelijk, je reisverhaal is geschreven. Maar dan ben je er nog niet. Voordat je het kan inleveren, moet er nog veel gebeuren: corrigeren, inkorten, comprimeren, snoeien, schaven, schrappen en herschrijven… Zoals Godfried Bomans ooit al zei: “Een schrijver zonder ijver is een schr.” Hoe maak je je reisverhaal klaar voor publicatie? Die vraag wordt beantwoord in les 13 van de Masterclass Reisjournalistiek.

les13

Houd bij hoeveel tijd je aan deze les besteedt; in de toets word je gevraagd om dit in te vullen.

De eerste ronde: een checklist

Hoe ambitieus en concreet je tekstopzet ook was, uiteindelijk pakt je tekst vaak toch heel anders uit. Gaandeweg het schrijven kom je op nieuwe ideeën, schieten je allerlei onderwerpen en belevenissen te binnen die je eerder was vergeten of blijken bepaalde onderwerpen bij nader inzien toch niet interessant genoeg te zijn om een hele alinea aan te wijden. 

Schrijven is een creatief proces, dat zich slechts in beperkte mate laat sturen. Niks aan de hand, zolang het een lezenswaardig verhaal oplevert. Maar is dat wel zo? Ook al denk je misschien dat je het beste artikel aller tijden hebt geschreven, het kan nooit kwaad om het nog eens aan een kritische blik te onderwerpen.

Zoals uit deze les zal blijken, is herschrijven een essentieel en niet te onderschatten onderdeel van het schrijfproces. Stel jezelf daartoe dan ook in de gelegenheid. Als je na het schrijven nog flink in je verhaal wil kunnen snoeien, dan maak je de eerste versie van je verhaal nooit precies op maat. Om uiteindelijk bijvoorbeeld 1.500 woorden over te houden, schrijf je er 2.000 of 2.500.

Ben je er klaar voor? Dan volgt hier een eerste checklist voor je vers geschreven reisverhaal.
1
Structuur

Is er iets terechtgekomen van de structuur die je voor ogen had toen je begon met schrijven? Zo ja, prima. Zo niet, heeft het dan uiteindelijk iets beters opgeleverd? Als dat laatste niet het geval is, dan moet je nog aan je tekst werken.

2
Verzorgd

Ziet je tekst er netjes uit? Is er een duidelijke onderverdeling in alinea’s en paragrafen? Is er een logische samenhang tussen de zinnen of spring je van de hak op de tak? Loopt de tekst goed door, zijn de deelonderwerpen in de alinea’s met bruggetjes aan elkaar verbonden?

3
Consistent

Voordat je ging schrijven, koos je voor een vertelperspectief en tijdsvorm. Heb je die in je hele tekst consistent doorgevoerd? Of switch je onbedoeld steeds tussen verleden en tegenwoordige tijd? Koos je voor de ik-vorm, ben je dan terughoudend geweest met het woordje ‘ik’?

4
Leesbaar

Is de tekst aantrekkelijk en je verhaal makkelijk leesbaar? Is er een goede afwisseling tussen langere en kortere zinnen? Heb je aandacht besteed aan woordkeus en zinsbouw? Lees je verhaal nog eens rustig door: gebruik je veel moeilijke woorden, zijn er zinnen waar je over struikelt?

5
Variatie

Bestaat je verhaal louter uit belevenissen, vooral uit citaten of juist overwegend uit achtergrondinformatie? Of heb je misschien driekwart ervan gewijd aan uitvoerige beschrijvingen van kerken of tempels? Kortom: zit er voldoende variatie in je verhaal?

6
Tekstdichtheid

Zijn de onderwerpen die je wilde bespreken goed uit de verf gekomen? Krijgen die onderwerpen voldoende ruimte of probeer je te veel te vertellen? Of reutel je juist maar door, zodat je lezer halverwege al afhaakt? Maak je rare zijsprongen en omwegen die geen functie hebben?

7
Toon

Wat is de toon van je verhaal en hoe komt die over op de lezer? Is die toon geschikt voor de doelgroep van het medium waarvoor je schrijft? Is het taalgebruik te zakelijk of juist te populair? Moet de tekst nog verfraaid worden of ben je juist doorgeslagen in mooischrijverij?

8
Uitnodigend

Zoals de openingszin moet uitnodigen om je verhaal te lezen, zo moet elke alinea ook uitnodigen om dóór te lezen. Is dat het geval? Kijk nog eens of je de eerste en laatste zinnen van de paragrafen nog wat pakkender kan maken.

9
Boodschap

Ben je erin geslaagd om te vertellen wat je van plan was om te vertellen? Komt die boodschap goed over op de lezer? Worden de beloftes die je aan het begin van de tekst doet wel waargemaakt? Wat kan er beter, duidelijker of krachtiger?

10
Duidelijk

Zodra je verhaal vragen oproept bij de lezer, haakt hij af. Leg je onbekende plaatsnamen, vreemde woorden en lokale gebruiken uit? Ga er nooit van uit dat je lezer ‘het toch wel weet’. Als dat zo is, dan zal hij je uitleg niet storend vinden, maar de lezer die het niet weet, is ermee geholpen.

Let wel: het bovenstaande geldt natuurlijk alleen voor onbedoelde zwakheden in je verhaal. Als jij er bijvoorbeeld bewust voor hebt gekozen om op verschillende plekken in je verhaal terug te komen op een bepaald onderwerp, dan is daar niks mis mee. Zoals voor alles in deze cursus geldt ook voor deze checklist dat het een leidraad is en geen wetboek.

Hoe weet je of je een goed verhaal hebt geschreven?

Als je talent hebt en je hebt de adviezen in deze drie lessen over schrijven nauwkeurig opgevolgd, dan heb je een goede kans dat je een mooi verhaal in handen hebt. De kwaliteit van een verhaal is deels meetbaar aan de hand van min of meer objectieve factoren, zoals structuur, taalgebruik, leesbaarheid, variatie, duidelijkheid – afijn, alles wat eerder de revue passeerde. Maar er komt nog iets anders om de hoek kijken: smaak.

En over smaak valt niet te twisten, zo luidt het gezegde. Of zoals Shakespeare het zei: “Beauty is in the eye of the beholder.” Uiteindelijk lever je je verhaal in bij een redacteur of zet je het online op je blog. Vervolgens ben je overgeleverd aan de grillen (en het humeur) van je lezer of van die redacteur.

Ik heb onder deadlinedruk wel eens een verhaal ingeleverd waarvan ik wist dat het niet goed was en ook wist waaróm het niet goed was. Tot mijn stomme verbazing werd het door de desbetreffende redacteur met laaiend enthousiasme ontvangen. Het tegenovergestelde is ook gebeurd: een verhaal waar ik dik tevreden over was, werd retour gestuurd met de opmerking dat ik het maar beter helemaal opnieuw kon schrijven.

Uiteindelijk moet je blindvaren op je eigen inwendige schrijfkompas. Meestal wéét je gewoon of je een goed verhaal hebt geschreven of niet, al is het maar in je onderbuik of in je achterhoofd. Tenzij je last hebt van een minderwaardigheidscomplex of faalangst of juist lijdt aan chronische zelfoverschatting, kun je ervan uitgaan dat dat gevoel klopt. En dan weet je dus ook wat je te doen staat: inleveren of herschrijven.

Onderdeel 83De tweede ronde: schrijven is herschrijven
Onderdeel 84De derde ronde: schrijven is schrappen
Onderdeel 85De vierde ronde: de puntjes op de i
Onderdeel 86De vijfde ronde: prêt-a-printer
Onderdeel 87Toegift: De Schrijfcursus van Bomans
Onderdeel 88Schrijfoefening
Toets
Les 14Verbeter je reisblog [±6:00]
Onderdeel 89Zijn bloggers de nieuwe reisjournalisten?Gratis preview
Masterclass Reisjournalistiek • les 14

Verbeter je reisblog

Een paar jaar geleden nog maar werd bloggen dood verklaard: het was een hype die snel zou overwaaien. Inmiddels is duidelijk dat bloggers blijvertjes zijn. Duizenden blogs zijn er nu in Nederland, dagelijks komen er meer bij en honderden daarvan gaan over reizen. Blogs worden steeds populairder en bloggers steeds professioneler. Les 14 van de Masterclass Reisjournalistiek maakt je wegwijs in de wereld van de reisblogs.

les14

Houd bij hoeveel tijd je aan deze les besteedt; in de toets word je gevraagd om dit in te vullen.

Zijn bloggers de nieuwe reisjournalisten?

Zet je schrap, want dit is een van de omvangrijkste lessen uit deze cursus. Voor de een zal alle informatie nieuw zijn, voor de ander is het gesneden koek. Hoe dan ook zal dit voor velen van jullie een belangrijke les zijn, waar je misschien zelfs reikhalzend naar uitgekeken hebt. Hier gaan we: hoe maak je van je reisblog een succesvolle reisblog?

Er zijn in Nederland duizenden blogs, dagelijks komen er meer bij en honderden daarvan gaan over reizen. Er is veel kaf onder het koren, waardoor bloggers geen al te beste reputatie hebben, maar daar komt langzaam maar zeker verandering in. Bloggers worden professioneler, mediabureaus voor bloggers schieten als paddenstoelen uit de grond en voor sommigen is de droom om van hun blog te kunnen leven werkelijkheid geworden. Maar dat is slechts enkelen gegeven; dat hebben reisbloggers en reisjournalisten met elkaar gemeen.

Even terug naar les 2, waarin ik een beeld schetste van tien typen reisschrijvers:

8reisblogger

Dat was natuurlijk een karikatuur, maar er schuilt een kern van waarheid in. Leg de gemiddelde Nederlandse reisblog langs de journalistieke meetlat en er is maar één conclusie mogelijk: bloggers hebben weinig boodschap aan kwaliteit, ethiek of zelfs maar hun bezoekers. Schrijftalent is ver te zoeken, het hobbygehalte is hoog en het lijkt veel bloggers maar om één ding te doen: gratis reisjes en andere freebies scoren. Positieve uitzonderingen zijn er zeker, en die komen in deze les ook ruimschoots aan bod. Maar door de band genomen hebben bloggers geen beste reputatie.

Zoals je inmiddels van mij gewend bent, wordt dit een kritisch verhaal. Ik ben niet bijster onder de indruk van het kwaliteitsniveau van de gemiddelde Nederlandse reisblog. In de reisjournalistiek in het algemeen is er veel kaf onder het koren en voor reisblogs geldt dat evenzeer.

famvanudengoesamerika

Precies daarom werd bloggen een paar jaar geleden nog voor dood verklaard – het was een hype die snel weer over zou waaien. Er was teveel wildgroei, al die bloggers deden en vertelden hetzelfde, met een totaal gebrek aan creativiteit. Inmiddels staan de zaken er anders voor. De goede blogs komen bovendrijven en die trekken veel bezoekers. En ze worden nu ineens serieus genomen, zowel door de traditionele media als door sponsors en adverteerders.

Blogs zijn populair. Wereldwijd waren er in 2014 zo’n 150 miljoen blogs. Van alle internetgebruikers leest ruim driekwart (77%) wel eens een blog, zo blijkt uit onderzoek. Vertaal je dat naar Nederland, dan zou het gaan om 12 miljoen Nederlanders. Bijna een kwart (23%) van de tijd die op internet wordt doorgebracht, wordt gespendeerd aan het lezen van blogs – per gemiddelde Nederlander is dat een half uur per dag. Bloggers bereiken een groter publiek dan gedrukte kranten. Bloggen is booming business. Voor enkelen dan.

Reisblog Top 100

Uit eigen onderzoek van de School voor Reisjournalistiek blijkt dat er honderden Nederlandstalige reisblogs zijn – en dan zijn commerciële reisblogs van reisorganisaties, ‘reisdagboekjes’ op waarbenjij.nu en amateurblogs in communities als Columbus Reisreporter niet eens meegerekend. Hieronder vind je de Reisblog Top 172, compleet met bereikcijfers en aantal volgers op sociale media, om je een concrete indruk te geven van de concurrentie en hun bereik. Hoewel mode-, beauty- en foodblogs nog ruimschoots aan kop gaan, worden ook reisblogs steeds invloedrijker: de nummer 1, Droomplekken.nl, heeft zelfs meer unieke bezoekers per maand dan de oplagen van de vier grootste reisbladen van Nederland bij elkaar opgeteld.

Uit weer een ander onderzoek blijkt dat ruim de helft van alle bloggers graag van zijn blog zou willen kunnen leven, maar dat slechts 20 procent dit daadwerkelijk kan. Bij dit cijfer heb ik wel een kanttekening. Het onderzoek werd in 2015 verricht door Cherry Picker onder 206 Nederlandse bloggers, maar dat is geen onderzoeksbureau en nergens wordt de representativiteit van de steekproef onderbouwd. Vermoedelijk heeft dit pr-bureau vooral de actievere bloggers in het vizier en is het percentage daardoor hoger uitgevallen.

Hoe dan ook, het is een feit is dat er in Nederland duizenden bloggers zijn en honderden reisbloggers. Slechts een fractie daarvan doet het fulltime en kan ervan leven. Maar dat aantal groeit, dat wel. Kan dat jou ook lukken? Wie weet. Eén ding is zeker: een goede blog is geen hobby, maar hard werken. Wil je echt van je blog kunnen rondkomen, dan kun je het er niet even bij doen, maar heb je er een fulltime baan aan.

De Reisblog Top 172 van 2015

= Gemiddeld aantal unieke bezoekers per maand
= Totaal aantal volgers op sociale media
Deze lijst is bijgewerkt op 12 januari 2016

       
1 Droomplekken.nl 155.000 56.000
2 Travelvalley 115.000 26.000
3 Reishonger 100.000 18.700
4 What About Her 95.000 18.000
5 Ciao Tutti 70.000 23.000
6 Bijzonder Plekje 70.000 21.000
7 Reisjunk 60.000 28.000
8 Travellab 53.000 27.000
9 BerlijnBlog 50.000 27.600
10 We Are Travellers 50.000 19.000
11 Reismeisje 50.000 20.400
12 Tips Thailand 50.000 9.800
13 The Travel Tester 49.000 539.000
14 Reisbijbel 48.000 5.000
15 Mooiste Stedentrips 46.000 4.500
16 Reisvormen 45.000 1.000
17 Ik wil meer reizen! 40.000 45.000
18 Travelinq 38.000 3.900
19 Your Ambassadrice 35.000 30.000
20 GirlsLove2Travel 35.000 18.000
21 Tokyo.nl 32.500 350
22 Marieke van Woesik 31.000 2.200
23 Frankrijk Binnendoor 30.000 8.800
24 Frankrijk.nl 30.000 6.500
25 Veelzijdig Maleisië 28.400 2.100
26 Alles over Kroatië 28.000 230
27 My Travel Boektje 25.000 16.400
28 Travel.blog.nl 24.000 900
29 Traveljunks 22.000 11.900
30 Wonderful Wanderings 20.000 40.500
31 Daily Lin 20.000 10.200
32 Reisdoc 20.000 5.700
33 Stop and Stare 15.000 9.100
34 Travel by San 15.000 8.400
35 My Delicious Journey 15.000 2.900
36 Mooji 15.000 125
37 KidsErOpUit 14.000 10.000
38 Vetexbart 13.000 2.700
39 De Literaire Toerist 12.000 9.700
40 Backpackgek.nl 12.000 2.800
41 DitIsitalie.nl 11.000 4.900
42 Eiland-Meisje 11.000 2.600
43 DitIsAmerika.nl 11.000 500
44 We12Travel 10.000 14.000
45 Gezin op Reis 10.000 5.000
46 LiveLikeTom 10.000 2.700
47 Enjoy Berlin 10.000 600
48 Het Leef van Eef 9.000 3.300
49 Orpheus kijkt om 9.000 3.000
50 Coolduits.nl 8.500 1.200
51 Nomad & Villager 8.000 5.000
52 Vrouw op Reis 8.000 1.800
53 It’s Travel O’Clock 7.500 3.300
54 Middenoostenreizen.com 7.300 1.100
55 Tjoolaard 7.000 4.600
56 Reisgenie 7.000 2.000
57 Ikreis.net 6.500 2.300
58 Reismicrobe 6.000 4.500
59 Just like to travel… 6.000 2.100
60 Travelculture 6.000 700
61 Karlijn Travels 5.600 5.900
62 Travelaar 5.500 3.700
63 Stralend Schrijven 5.000 5.200
64 Wattedoeninberlijn.nl 5.000 4.700
65 SheelaghMairi.nl 5.000 3.600
66 Sim’s Cup of Tea 5.000 1.700
67 Artikel 2.55 5.000 1.600
68 Reisbloggers.nl 5.000 200
69 Soetkees 4.900 3.200
70 Citytrips & Tips 4.500 480
71 Travelboulevard 4.000 13.700
72 Reis mee met Stefania 4.000 4.400
73 Bohemian Dreams 4.000 4.000
74 Expeditie Aardbol 4.000 3.100
75 Saudades de Portugal 4.000 1.000
76 Italië Uitgelicht 3.800 2.300
77 Reizen met de trein 3.500 2.900
78 Follow my footprints 3.000 5.800
79 Liefde Voor Reizen 3.000 4.100
80 Travel Lifestyle.nl 3.000 2.100
81 Meisje van de Wereld 3.000 1.900
82 Wanderer’s Blues 3.000 1.300
83 My Footprints 3.000 1.200
84 Nanouk van Gennip 3.000 600
85 Digital Nomad 3.000 550
86 Ervaar Japan 3.000 450
87 Marcella Molenaar 2.800 3.600
88 Onze Droomreis 2.500 700
89 Cruisen doe je zo 2.500 600
90 Backpackcentrale.nl 2.500 330
91 [travel.create.repeat] 2.200 1.900
92 My Travel Secret 2.000 8.500
93 Mirre op Reis 2.000 2.200
94 Nicky’s City Guide 1.800 780
95 Wanda Wandelt 1.600 6.800
96 Where we go 1.600 1.500
97 RoPStAr 1.550 680
98 LiveTheLifeYouLove 1.500 1.300
99 Wanda’s Wereld 1.500 430
100 Stelletje Reizigers 1.500 420
101 Reizen op Sneakers 1.400 1.400
102 Reisvlinder.nl 1.400 1.200
103 Reizen en Reistips 1.400 730
104 Travelvibe 1.350 700
105 Travel Hype 1.200 1.500
106 Weg van het Noorden 1.200 770
107 Met zonder kids 1.200 500
108 Linda op Reis 1.170 540
109 Reismuts 1.100 2.400
110 Reiske 1.100 400
111 De Knapzak 1.050 2.600
112 Hasta la Próxima 1.000 4.000
113 Paper Travels 1.000 2.600
114 Vakantaseren 1.000 2.500
115 Expeditie Kram 1.000 1.900
116 A girl around the globe 1.000 1.700
117 Stripes & Stars 1.000 1.300
118 2Globetrotters 1.000 1.250
119 Borntotravel.nl 1.000 730
120 Corners of the World 900 1.000
121 Palms and Bricks 900 600
122 Reis met kinderen 900 350
123 Go Live Go Travel 850 1.400
124 Over Portugal 820 285
125 Ditisierland.nl 800 130
126 Reisgoesting 780 530
127 Kim op reis 750 2.000
128 Reizen over de Wereld 750 600
129 De Globetrotters 740 14
130 Groeten uit 700 1.700
131 Grenzeloosreizen.nl 700 800
132 Reisrelaas 700 800
133 Dit is Anne! 700 750
134 Reisduo 680 550
135 Vaders op Reis 680 330
136 Paulaenmark.nl 666 0
137 TravelKees 650 1.900
138 Reis Jezelf Grijs 650 320
139 Live Love Travel 600 900
140 Moods Lifestyle 600 590
141 Travelshot.nl 600 400
142 Troika Tripper 600 400
143 Rugzak-Reizen.nl 520 450
144 Susan is weg 500 1.100
145 Travellovers 500 1.000
146 Travel Addicts 500 900
147 My Travel Journal 500 900
148 Reischick 500 815
149 Kompas24 500 700
150 Machweg! 500 300
151 Living on a plane 500 120
152 Kim op de wereld 420 650
153 Scratchingmymap 400 750
154 GlobeGirl 400 240
155 Justtravelme 340 39
156 Inspi-red 300 600
157 Travel List 300 560
158 Dutchie on the Road 300 360
159 LFDK 220 230
160 Reis je mee? 210 250
161 Frenchydutchy 200 410
162 Worldwife 180 1.600
163 We are the Earth 140 400
164 For & By travellers 140 62
165 TravEllenineurope 100 1.800
166 Mijn Reiswereld 100 330
167 Our Wanderlust 100 100
168 Pack Less See More 90 115
169 Rondreisgids.com 84 1.700
170 Reisheid 63 140
171 Op reis met Co 50 365
172 Just Go Global 48 3.900
Onderdeel 90Zo start je een reisblog in vijf stappen
Onderdeel 91'Het manco van de reisblogger'
Onderdeel 9212 Tips voor een betere blog
Onderdeel 93'De grijpgrage bloggerscultuur'
Onderdeel 94Bloggers Unite: netwerken & collectieven
Onderdeel 95Oude wijn in nieuwe zakken
Onderdeel 96Schrijfoefening
Toets
Les 15Haal meer uit je reisfoto's [±2:00]
Onderdeel 97De schizofrene fotoschrijver
Onderdeel 985 Argumenten om te schrijven én fotograferenGratis preview

5 argumenten om te schrijven én fotograferen

Schrijven en fotograferen tegelijk heeft dus nadelen. Waarom doen zoveel reisschrijvers het dan? Omdat het ook belangrijke voordelen heeft. Hieronder zet ik ze voor je op een rijtje.
1
Je bent aantrekkelijker

Voor een opdrachtgever is een fotograferende schrijver aantrekkelijk, want die kost minder dan een team van schrijver en fotograaf. Logisch. Voorwaarde is wel dat je beide kunsten ook echt beheerst; niemand zit te wachten op artikelen die vergezeld gaan van knullige vakantiekiekjes.

2
Je verdient meer

Nee, de fotograferende schrijver strijkt niet ook het complete honorarium van de overbodig geworden fotograaf op. Was het maar zo’n feest. Maar als je schrijft én fotografeert, dan ben je net zo lang op reis, maar pakt je honorarium wel pakweg vijftig procent hoger uit.

3
Het is leuk om te doen

Goede kans dat je op reis toch al fotografeert. Gewoon voor de lol, voor je Facebook-pagina of om je vrienden te laten zien waar je geweest bent. Dan kun je je er net zo goed in bekwamen, want dan haal je meer geld binnen en zo verenig je het aangename met het nuttige.

4
Het is handig voor later

Ook al ben ik met een professionele fotograaf op pad, dan nog fotografeer ik zelf ook. Want voor mijn website heb ik eigen beeld nodig en idem dito als ik het artikel in vertaling of een andere vorm later nog eens aan een andere opdrachtgever wil verkopen.

5
De beste symbiose

Opdrachtgevers vinden het prettig als tekst en beeld naadloos op elkaar aansluiten, zodat het niet twee interpretaties van dezelfde reis zijn, maar samen één homogeen geheel vormen. De beste kans daarop heb je bij een fotograferende schrijver.


‘De journalist als fotograaf’

“Het zijn niet de meest rooskleurige tijden in de tijdschriftenwereld momenteel, maar je hebt wel betere kansen als je multimediaal bent. Dat is interessant omdat het voor het blad goedkoper is. Alles wat je extra kunt is een voordeel.”

hans-avontuurAldus Hans Avontuur, die schrijft én fotografeert voor het AD, Het Parool, de Kampioen en Reizen Magazine. “Ik was een vreemde eend in de bijt. Twintig jaar geleden was het nog not done om beide te doen. De scheiding tussen fotograaf en journalist was heel sterk. Het werd als iets vreemds gezien en als broodroof beschouwd. Ik moest me bij wijze van spreken verantwoorden omdat ik als journalist ook foto’s maakte. Op een gegeven moment stond ik zelf aanwijzingen te geven aan de fotograaf met wie ik op pad was. Dan slaat het nergens meer op om apart een fotograaf mee te sturen.”

Intussen staan de zaken er anders voor: fotograferende journalisten zijn geliefd bij de redacties van tijdschriften. Avontuur: “Als ik met een fotograaf samen vier dagen op pad zou gaan voor een reisreportage, dan heb ik in mijn eentje de helft extra tijd nodig voor de fotografie. Twee dagen extra dus.” Een hypothetisch rekensommetje: als een reisjournalist samen met een fotograaf op pad wordt gestuurd, kost dat al snel 2.500 euro, terwijl een fotograferende journalist die klus in zijn eentje klaart voor 1.500 euro. Als je weet dat een maandblad per editie soms nog maar 5.000 euro budget heeft voor álle fotografie, dan is dat een welkome besparing.

Avontuur beheerst beide disciplines, maar dat gaat niet voor iedereen op: “Er zijn heel goede fotograferende journalisten, maar er zijn er ook veel die eigenlijk niet kunnen fotograferen. Zij maken ‘maar even een fotootje voor erbij’ en dat komt de kwaliteit vaak niet ten goede.” Zelf zou hij niet anders meer willen: “Dat ik beide kan, werkt voor mij erg lekker. Je kijkt op een andere manier naar je onderwerp als je zowel verhalen maakt als foto’s. Met de ogen van een fotograaf zie je meer dan de gemiddelde journalist en andersom. Ik ben in plaats van met één deel graag met de gehele reportage bezig.”

Bovenstaande citaten komen uit ‘De journalist als fotograaf’, de scriptie waarmee Ymke Frijters in 2014 afstudeerde aan de Fontys Hogeschool Journalistiek. Tegenwoordig multitaskt ze als journalist, fotograaf én vormgever voor reisvakblad Travelution en Djoser Magazine. Haar scriptie, waarin ook bladendokter Rob van Vuure en beeldredacteuren van Viva, De Groene Amsterdammer en de Volkskrant aan het woord komen, is hier te downloaden.

Onderdeel 99Mijn eigen (bescheiden) camera-uitrusting
Onderdeel 10025 Praktische tips voor betere reisfoto's
Onderdeel 101Schrijfoefening
Toets
Les 16Online storytelling voor reisjournalisten [±2:00]
Onderdeel 102Storytelling 1.0
Onderdeel 103De game changer: Snow FallGratis preview

De game changer: Snow Fall

Ineens is het er, in 2012, van ’s werelds beste krant: Snow Fall. De megamultimediareportage van The New York Times gaat als een lopend vuurtje de wereld rond en wordt binnen een week 3,5 miljoen keer bekeken. Eureka, wordt er geroepen: dit is de redding van de journalistiek!

snow-fallSnow Fall is het beklemmende verhaal van zestien skiërs en snowboarders die in het Cascadegebergte in de staat Washington worden opgeslokt door een sneeuwlawine met een gewicht van 5.000 ton en een snelheid van 110 kilometer per uur. Het wordt verteld in een melange van virtuoos geschreven tekst, fenomenale fotografie, video, verklarende animaties en weerkaartjes, plus interviews met overlevenden en profielen van slachtoffers. Een verhaal zo lang dat het verdeeld is over zes hoofdstukken, waar je intuïtief doorheen scrollt en klikt.

Dat zijn we nu wel gewend, want ‘snowfallen’ werd een werkwoord en inmiddels heeft elke zichzelf respecterende krant een multimediateam dat niets anders doet. Maar in 2012 is het revolutionair. Een heuse game changer.

Een team van 16 man komt eraan te pas om Snow Fall te produceren. Overlevenden worden geïnterviewd en er wordt gesproken met de familieleden van de slachtoffers en de hulpdiensten. Veertig telefoontjes naar 112, gesprekken met talloze experts en meteorologische data worden geanalyseerd om zo de gebeurtenissen tot op de minuut en meter nauwkeurig te kunnen reconstrueren. En dat is nog maar de research, vervolgens moet het verhaal nog worden gemaakt. Een journalist, een fotograaf, een filmer en een roedel illustratoren, designers en programmeurs werken er zes maanden aan. The New York Times heeft nooit bekendgemaakt wat de kosten van de monsterproductie waren, maar het loopt ongetwijfeld in de miljoenen.

Na de publicatie in december 2012 buitelen de lovende kritieken over elkaar heen en behalve een Webby en een Peabody Award wint The New York Times met Snow Fall ook de prestigieuze Pulitzerprijs.

Kritiek is er ook, want hoeveel mensen lezen zo’n ellenlange verhaal helemaal uit? Snow Fall telt 17.000 woorden – de omvang van een flinke novelle, waar je zomaar anderhalf uur zoet mee bent. De gemiddelde lezer besteedt 12 minuten aan het verhaal, zo blijkt later, maar daar voegt men nog een interessant weetje aan toe: een derde van die lezers was nog nooit eerder op de website van de Times geweest. De krant weet dus een grote nieuwe doelgroep te bereiken.

firestormHet succesvolle voorbeeld krijgt dan ook direct navolging. De innovatiefste krant ter wereld, The Guardian, publiceert Firestorm, over een Australisch gezin dat door een verwoestende bosbrand op Tasmanië in het nauw gedreven wordt. Ook hier was een team van 16 man voor nodig en ook The Guardian zweeg over de kosten. Is Snow Fall nog relatief sober met veel tekst en geklik, Firestorm is alweer geraffineerder, met meer en vooral groter beeld. De filmpjes en geluidsfragmenten beginnen vanzelf te spelen zodra je er langs scrollt. Klikken hoeft niet meer: vandaar dat deze vorm van storytelling nu ook wel scrollytelling (of in het Nederlands: scrollverhalen) wordt genoemd.

Meer weten? Hier lees je een interview met het productieteam van The New York Times over de totstandkoming van Snow Fall en hier somt het multimediateam van The Guardian in tien punten op wat zij leerden van de bouw van Firestorm.


Voorbeelden: 5 inspirerende reisverhalen

Per hondenslee door bevroren Alaska

espnSportzender ESPN pakt op haar website uit met een multimediale longread over een negendaagse sleehondenwedstrijd in Alaska. Elk jaar in maart vertrekt de Iditarod Sled Dog Race vanuit Anchorage aan de zuidkust naar Nome aan de Beringzee. Een bloedstollende tocht dwars door de bergen en de wildernis van Amerika’s onherbergzaamste staat.

De weg naar Sotsji

spiegelVrieskou doet het goed als vertrekpunt voor een longread: voorafgaand aan de Olympische Winterspelen van 2014 fabriceert Der Spiegel een reisdagboek over een roadtrip over de weg van Moskou naar Sotsji, langs badende ‘walrussen’ in een bevroren rivier, de sportkampioenen van de toekomst, uitstervende dwergdorpen, liefde en dood in Wolgograd en een striptent en een gayclub in Rostow. Wunderschön.

Bloederige business in Mozambique

counting-the-deadCounting The Dead van journalist Cody Pope vertelt het verhaal van de strijd tegen de voortwoekerende verwoesting van het nationaal park Quirimbas in Mozambique, door illegale stroperij en houtkap. Als voorpublicatie van een ebook dat te koop is in de iTunes Store staan er slechts één fotoreportage en een lang verhaal op de website, maar vooral die laatste is fenomenaal.

Skitrip per Transsiberië Expres

powderHet Amerikaanse wintersportblad Powder Magazine reist per Transsiberië Expres van skipiste naar skipiste. Een treinreis van zes dagen over 9.300 kilometer, langs 58 stations en door zeven tijdzones, van Moskou naar Vladiwostok en dwars door Siberië. Exemplarische tussenstop: Ust’-Anzas, een bevroren gehucht op de grens met China en Mongolië, zonder stromend water, met elektriciteit alleen van zeven tot tien ’s avonds en met één telefoon voor het hele dorp.

In slow-motion naar de middernachtszon

hurtigrutenVooruit, nog een van The New York Times. Bestsellerschrijver Reif Larsen scheept in op de MS Trollfjord voor ‘de mooiste zeereis ter wereld’: met de Hurtigruten van Trondheim via de Poolcirkel naar Kirkenes in het land van de middernachtszon. In het kielzog van zijn grootvader, die dezelfde reis een halve eeuw eerder maakte. Anders dan bij Snow Fall ligt de nadruk hier op het geschreven woord; filmpjes en animaties dienen slechts ter illustratie.

Onderdeel 104Online storytelling in Nederland
Onderdeel 105Online storytelling voor eenpitters
Onderdeel 106Van storytelling tot speelfilm
Onderdeel 107Schrijfoefening
Toets
Les 17Aan de slag! [±4:00]
Onderdeel 108Belize, Boedapest of Breda? Begin dichtbij!Gratis preview
Masterclass Reisjournalistiek • les 17

Aan de slag!

Het einde van de cursus komt in zicht en daarop neemt deze les alvast een voorschot. Weldra ga je ideeën pitchen voor je eindopdracht, maar eerst krijg je in les 17 van de Masterclass Reisjournalistiek nog drie relevante onderwerpen opgedist in praktische porties: begin dichtbij, binnenkomen bij opdrachtgevers en het plannen van je reizen.

les17

Houd bij hoeveel tijd je aan deze les besteedt; in de toets word je gevraagd om dit in te vullen.

Belize, Boedapest of Breda? Begin dichtbij!

‘Wat je van ver haalt is lekker,’ luidt het gezegde. Veel reisschrijvers maken bij voorkeur vooral verre reizen. Dat strookt niet met het reisgedrag van je doelgroep: Nederlanders vieren de helft van hun vakanties in eigen land en op negen van de tien buitenlandse vakanties blijven ze binnen Europa. Reisverhalen over bestemmingen bij jou om de hoek zijn dus een gat in de markt.
Columbus in Friesland

Sla de reisbijlagen van De Telegraaf of het AD er maar eens op na: de verre reizen zijn in de minderheid, het gaat vooral over weekendjes op de Wadden, zomer in Zeeland, stedentripjes naar Stuttgart en Stockholm, kamperen in Frankrijk en wandelen in Noorwegen. Ook een consumentgericht reisblad als Reizen Magazine grossiert in beeldende verhalen over dichtbije bestemmingen die zó nagereisd kunnen worden. De Kampioen spant de kroon: in de septembereditie van 2015 staan louter Europese reisverhalen, variërend van het Baskische Bilbao tot het Belgische Bouillon.

Misschien denk je dat een avontuurlijk blad als Columbus alleen maar bericht over verre reizen, maar kijk nog eens goed: in een willekeurig recent nummer lees ik over de Muß-sees van Düsseldorf en fietsen in Friesland. Ook National Geographic Traveler staat bol van de nabije bestemmingen, van borrelend Brno tot bruisend Berlijn. Freelancers bestoken hun opdrachtgevers vooral met ideeën voor verre reizen naar exotische oorden, terwijl er meer behoefte is aan reportages waaraan je paspoort niet eens te pas komt.

lekker-weg-1

Het voordeel van dichtbij

Natuurlijk dromen lezers graag weg bij verhalen over exotische bestemmingen en daar is dus ook zeker een markt voor. Maar het blijft de ver-van-je-bed-show: met een beetje geluk weet men waar het land ligt dat je beschrijft, maar de kans is groot dat ze er niet zelf zijn geweest. Reportages over verre reizen hebben daardoor vaak een vrij algemene invalshoek met een hoog ‘introducerend’ gehalte; het beste van Tokio, de pampa’s van Argentinië, de hoogtepunten van Sri Lanka – ze bestrijken een hele stad of streek, maar net zo makkelijk een heel land.

Maar kom niet aanzetten met een verhaal over de hoogtepunten van Parijs. Nederlanders kennen die stad als hun broekzak, daar hoef je ze weinig over te vertellen – zeker niet dat de Eiffeltoren daar de topattractie is. Het voordeel daarvan is dat je voor zo’n populaire bestemming kunt kiezen voor een specifieke invalshoek. Zoom in op één wijk of zelfs een plein of park en op kleine onderwerpen waarmee je je lezers wél iets nieuws vertelt. De geheimste musea van Parijs, het Montmartre van Amélie, een boottocht over het Canal du Midi: in een ver gehaald verhaal zouden het een paar zinnen zijn, in Parijs kun je uitpakken met een hele reportage.

lekker-weg-2

Lekker weg in eigen land

Ook al groeide ik op in een badplaats vlakbij, ik had geen idee dat het drinkwater dat in mijn huidige woonplaats Amsterdam uit de kraan komt, afkomstig is uit een van ’s lands mooiste natuurgebieden – totdat ik er voor de Kampioen op reportage ging met een boswachter van Waternet. Onder Zandvoort ligt een duingebied vol herten, reeën, vossen, vogels en bloemetjes en bijtjes. Natuurlijk was mijn expeditie door die Amsterdamse Waterleidingduinen anders, maar niet per se minder enerverend dan eerder gemaakte tochten door de jungles van Brazilië of Panama. Maar wel beduidend dichterbij: ik kon er op de fiets naartoe.

De première van de film Gooische vrouwen inspireerde tot een ontdekkingsreis door het Gooi in de geest van Cheryl, Claire, Anouk en Roelien. Jarenlang woonde ik ook daar vlakbij, maar wat bleek: het Gooi is mooi. Had ik al wel eens gehoord, maar nooit zelf gezien. Talloze andere mooie plekken in Nederland staan nog op mijn doe-lijst, zoals voormalig gevangenisdorp Veenhuizen of het onbewoonde eiland Rottumeroog. Ik heb rondgereisd van Argentinië tot Zuid-Korea, maar nog nooit in Drenthe een hunebed bekeken. In Nederland valt nog een wereld te ontdekken.

lekker-weg-3

Toerist in eigen stad

Als ik op Schiphol in het vliegtuig stap voor vertrek naar verre oorden, landen er vanuit diezelfde verre oorden hordes bezoekers die mijn thuisstad komen bewonderen. Amsterdam is met bijna 7,5 miljoen toeristen per jaar een van de drukstbezochte bestemmingen ter wereld en terecht, want het is ook een van de mooiste steden ter wereld. Toch heb ik nog maar twee reisreportages gemaakt zonder daadwerkelijk op reis te gaan: voor Plus Magazine over de Amsterdamse School en voor het AD over het toen nog opkomende Amsterdam-Noord. De verhalen liggen hier voor het oprapen.

Een reportage over de leukste opkomende wijk van Amsterdam zou ik trouwens zo opnieuw kunnen maken, maar nu letterlijk om de hoek. Mijn eigen wijk, De Baarsjes, is in rap tempo aan het verhippen. De koffietentjes, galeries, pop-upwinkels, eetcafés en burgerbars schieten als paddenstoelen uit de grond. ‘De nieuwe Pijp’ klinkt het al en het wemelt hier ineens van de hipsters. Zo’n reisreportage is niet moeilijk te verkopen. En het mooie is dat het maken ervan me niks kost, want ik ben er al. Zodra je de voordeur uitstapt, ben je al op reis.


Het reisgedrag van Nederlanders

We zijn een reislustig volkje: jaarlijks vieren 12,8 miljoen Nederlanders 35,6 miljoen keer vakantie. Oftewel: 81 procent van de bevolking gaat doet dat bijna drie keer per jaar. Met z’n allen spenderen we daaraan 15,4 miljard euro. En we dromen wel van verre reizen, maar blijven toch vooral dichtbij: de helft van alle vakanties, veelal korte tripjes van gemiddeld drie dagen, wordt doorgebracht in eigen land. Langere vakanties, van gemiddeld twaalf dagen, voeren veelal naar het buitenland. Frankrijk, Duitsland en Spanje zijn de populairste bestemmingen, gevolgd door Italië, Oostenrijk en Turkije. Van de langere vakanties wordt 85 procent in Europa doorgebracht. De crisis heeft overigens nauwelijks invloed gehad op het reisgedrag van Nederlanders: dat bleef de afgelopen tien jaar vrijwel ongewijzigd.

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek – Toerisme 2014

Onderdeel 10910 Redenen om niet te reizen
Onderdeel 110Hoe kom je binnen bij opdrachtgevers?
Onderdeel 111Draaiboek of bonnefooi: hoe plan je je reis?
Onderdeel 112Schrijfoefening
Toets
Les 18Sponsoring & persreizen: hoe werkt het? [±2:15]
Onderdeel 113Sponsoring: een noodzakelijk kwaadGratis preview
Masterclass Reisjournalistiek • les 18

Sponsoring & persreizen: hoe werkt het?

Het is met stip het heetste hangijzer binnen de reisjournalistiek: hoe bewaar en bewaak je je onafhankelijkheid in een journalistieke branche die aan elkaar hangt van sponsoring en belangenverstrengeling? Daarover gaat les 18 van de Masterclass Reisjournalistiek.

les18

Houd bij hoeveel tijd je aan deze les besteedt; in de toets word je gevraagd om dit in te vullen.

Sponsoring: een noodzakelijk kwaad

Het is met stip het heetste hangijzer binnen de reisjournalistiek: hoe bewaar en bewaak je je onafhankelijkheid in een journalistieke branche die aan elkaar hangt van sponsoring en belangenverstrengeling? Daarover gaat les 18 van de Masterclass Reisjournalistiek.

Is het je ooit opgevallen dat er in Nederland veel reisreportages worden gepubliceerd over Jordanië? De oorzaak is simpel: Jordanië wordt omringd door brandhaarden en het toerisme lijdt daaronder, terwijl dat een van de belangrijkste inkomstenbronnen van het land is. Reden voor de Jordaanse overheid om regelmatig reisjournalisten uit te nodigen om met eigen ogen te komen kijken hoe veilig het er wel niet is. Sla kranten, tijdschriften en internet er maar op na: het wemelt van de lofzangen op de roze stad Petra en de sprookjeswoestijn Wadi Rum.

Zo wordt er ook vaker geschreven over Zweden dan over Finland. Ook daarvoor is een eenvoudige verklaring: het verkeersbureau van Finland is gevestigd aan de Töölönkatu in Helsinki, dat van Zweden aan de Herengracht in Amsterdam – en dat maakt een persreis toch net wat makkelijker te regelen. Heeft Zweden dan ook meer te bieden, is het land interessanter dan Finland? Niet per se, het ene land heeft gewoon een actievere pr-machine dan het andere. Welke bestemmingen belicht worden in jouw reisreportages, wordt zodoende mede bepaald door die bestemmingen zelf.

De al eerder aangehaalde Code voor de Journalistiek is er duidelijk over: “De journalist neemt geen materiële of immateriële vergoedingen aan die bedoeld zijn berichtgeving te beïnvloeden, te bevorderen of tegen te gaan.” Toch is dat precies wat er gebeurt in de reisjournalistiek; bijna geen reisreportage komt tot stand zonder sponsoring. En de beïnvloeding is evident. Geeft KLM je een businessclass-ticket naar Tokio, dan schrijf je daar niet snel iets lelijks over. Slaap je een week gratis in een vijfsterrenhotel in Seoul, dan vergeet je niet om dat hotel te vermelden.

Is sponsoring een probleem? Ja, want het staat op gespannen voet met je journalistieke plicht om de lezer op een onafhankelijke en betrouwbare manier te informeren. Global Image, het Belgische pr-bureau van KLM, Aruba en Iceland Air, schrijft op haar website: “Een persreis is de ideale tool om een journalist onder te dompelen in uw verhaal. Met een persreis kan je niet enkel een bestemming, vliegmaatschappij of een hotel promoten maar ook uw bedrijf of merk in de kijker zetten.” Voilà: hoe kun je als journalist nog je eigen verhaal schrijven als de sponsor je onderdompelt in zíjn verhaal?

Is sponsoring dan vermijdbaar? Nee. In een ideale wereld wordt de reis van een journalist betaald door de redactie. Maar we leven niet in een ideale wereld, want de redactiebudgetten zijn daarvoor bij lange na niet toereikend. Ook voor een zelfstandig reisjournalist is het onmogelijk om de reiskosten zelf op te hoesten. Sponsoring van reisreportages is dus een noodzakelijk kwaad. Het is goed om dat te beseffen en erover na te denken hoe je daarmee omgaat. Doe je dat op een verantwoorde manier, dan kan het. Want welbeschouwd liggen de belangen van sponsors en reisjournalisten namelijk niet eens zo ver uit elkaar; beiden willen lezers inspireren en enthousiasmeren om op reis te gaan.


Hoe denken reisschrijvers over sponsoring?

Van alle reisjournalisten die ik ken, kan ik er niet één bedenken die alle reizen zelf betaalt en nooit gebruikmaakt van sponsoring. We zitten met z’n allen in hetzelfde schuitje, toch gaat iedereen er op zijn eigen manier mee om. Drie getuigenissen.

Sander Groen

Daan Vermeer

Nils Elzenga

sander-groenZelf denk ik een aardige modus gevonden te hebben om met sponsoring om te gaan op een journalistiek verantwoorde manier. In de ideale wereld betaalt een journalist zijn eigen reizen, maar dat is een utopie. Zonder sponsoring kan ik mijn werk niet doen, dan valt er geen droog brood te verdienen. De honderden reisreportages die ik de afgelopen jaren maakte, werden bijna allemaal op de een of andere manier gesponsord.

Regelmatig wordt de sponsoring voorzien door één partij; een verkeersbureau dat alle vluchten, transfers en overnachtingen voor haar rekening neemt. Ik lever dan mijn reisplanning in en zij regelen het. Niet altijd is alles mogelijk, maar wel veel. Met verkeersbureaus is het ook prettig samenwerken omdat hun belang dicht bij het mijne ligt; zij willen hun land promoten, ik wil lezers inspireren om erheen op reis te gaan.

Soms ga ik in zee met een touroperator. Dat ligt lastiger, want dan zijn de belangen duidelijk anders; zij willen reizen verkopen en daar is het een journalist niet om te doen. Maar ook dat kan goed gaan. Een reisorganisatie als TUI arrangeert vluchten, hotels, huurauto’s en excursies zonder ook maar één vraag te stellen over de inhoud van de artikelen. Ze willen wel zekerheid dat er wordt gepubliceerd, dat is logisch, maar wát er wordt gepubliceerd, laten ze volledig over aan de journalist.

Mis gaat het zodra sponsors zich wél bemoeien met de inhoud. Pogingen daartoe heb ik meermaals meegemaakt. Vaak volstaat het dan om uit te leggen waarom beide partijen beter hun eigen dan elkaars werk kunnen doen. Eigenlijk is het maar één keer misgegaan, toen een sponsor een kant-en-klaar reisprogramma voorschotelde dat een-op-een overeenkwam met de rondreis die zij aanboden. Er viel niet over te discussiëren, want ‘de betaler bepaalt’. Dat werd meer een advertorial dan een reisreportage.

Sponsoring belemmert je ook in je vrijheid. Als op voorhand alle overnachtingen en transfers geboekt zijn, wijk je niet makkelijk meer van je reisplanning af. Soms is het dus een verademing om ‘sponsorvrij’ te reizen. In Iran betaalde ik alle hotels, treinreizen en binnenlandse vluchten zelf. Nou is Iran niet duur, en van die drieweekse reis verkocht ik vier verhalen, toch speelde ik maar net quitte. Dat kan natuurlijk niet al te vaak.

Voor veel reizen sprokkel ik de sponsoring bij elkaar bij meerdere partijen: een vliegticket hier, een maaltijd daar, een treinkaartje zus, een hotelovernachting zo. Dat is bewerkelijk; soms moet je vijf hotels benaderen voordat er één toehapt. Het voordeel is dat ik precies die plekken kan selecteren die aansluiten bij mijn verhaal. En het voorkomt ‘moetjes’; ik hoef niets in mijn stuk te stoppen terwijl ik dat liever niet wil.

Volgens die laatste methode durf ik ook gerust toezeggingen te doen over naamsvermelding. Maar bij die afspraak, een vermelding in de praktische info dus, houdt het wel op. Ook al is elke kilometer die ik reis gesponsord, ik bepaal zelf wat ik schrijf en niemand anders.

daan-vermeerFreelance reisjournalist Daan Vermeer schrijft voor Italië Magazine, Zin en Consumentenbond Reisgids. Ook hij maakt gebruik van sponsoring [bron]: “Maar dat heeft geen invloed op de berichtgeving. Ik kan gewoon schrijven wat ik wil. Ik heb nu circa 220 reisverhalen gepubliceerd en heb nog nooit klachten gehad van verkeersbureaus. Terwijl ik wel kritisch schrijf. Soms schrijf ik naast mijn reisverhaal nog een ander, kritisch verhaal waar ik ook slecht nieuws over het bezochte land of gebied publiceer. Daar hoor ik nooit iets over. Verkeersbureaus hebben geen invloed op mijn artikelen. Ik kan onafhankelijk werken.” Wel maakt hij afspraken met sponsors over naamsvermelding: “Als KLM mijn vlucht betaalt, schrijf ik daarover in mijn verhaal. Ik probeer er wel een journalistieke twist aan te geven. Als ik van Amsterdam naar Bangkok vlieg kan dat dagelijks met drie maatschappijen. Ik kies dan bijvoorbeeld de goedkoopste en meld vervolgens in mijn verhaal dat deze voor de laagste prijs vliegt.”

nils-elzengaVoordat freelance journalist Nils Elzenga zich vestigde in Senegal als freelance correspondent voor Trouw en HP/De Tijd, schreef hij reisreportages voor het AD en daarvoor ging hij geregeld mee op groepspersreizen. Hij werd flink in de watten gelegd [bron]: “Ik kwam altijd vijf kilo zwaarder terug dan ik heen ging en sliep in vier- en vijfsterrenhotels.’’ Volgens hem hoeft de journalistieke onafhankelijkheid er niet per se onder te leiden: “Er is mij nooit inzage gevraagd in wat ik schreef. Als een krant of blad iets anders wil, kan ik altijd mijn eigen plan trekken. Maar, toegegeven, vaak is er een strak programma en is de verleiding groot om achterover te leunen en van hotspot naar hotspot te gaan.” Enige aversie tegen gesponsorde reisverhalen heeft hij bij zijn opdrachtgevers nooit bespeurd: “Het maakt bladen volgens mij niet veel uit of ik onafhankelijk werk of vanuit een betaalde reis. Ze kijken toch vooral vanuit een zakelijk oogpunt, zeker nu de budgetten blijven zakken.”

Onderdeel 114Het hoe en waarom van sponsoring
Onderdeel 115Het prijskaartje van een persreis
Onderdeel 116Gratis op reis: 10 praktische tips
Onderdeel 117Schrijfoefening
Toets
Les 19Sponsoring & persreizen: hoe regel je het? [±2:00]
Onderdeel 118De pro's en contra's van persreizen
Onderdeel 119Kant-en-klare persreis of doe-het-zelf?
Onderdeel 120Uitnodigingen: hoe kom je eraan?
Onderdeel 121Schrijfoefening
Toets
Les 20Geld verdienen met schrijven over reizen [±2:30]
Onderdeel 122Wat is je verdienmodel?Gratis preview
Masterclass Reisjournalistiek • les 20

Geld verdienen met schrijven over reizen

Dit is de laatste les, maar misschien had het de eerste les moeten zijn. Immers, je werkt niet louter voor je lol: de schoorsteen moet roken. Geld verdienen met schrijven over reizen kan op duizend-en-een manieren. Les 20 van de Masterclass Reisjournalistiek helpt je op weg.

les20

Houd bij hoeveel tijd je aan deze les besteedt; in de toets word je gevraagd om dit in te vullen.

Wat is je verdienmodel?

Een jaar of veertien geleden, toen ik begon als reisjournalist, was het heel overzichtelijk. Ik pitchte een idee bij een opdrachtgever, ging op reis, schreef mijn verhaal, leverde het in en stuurde er een factuur achteraan. Deed ik dat een paar keer per maand, dan viel er goed van te leven.

verdienmodel

Inmiddels is er veel veranderd: de helft van de tijdschriften is verdwenen, de redactiebudgetten van kranten zijn gehalveerd, jonge journalisten staan te trappelen en bieden hun reisreportages aan voor weinig en reisbloggers slingeren hun content gratis op internet. De vraag slinkt terwijl het aanbod toeneemt en dan doet marktwerking de rest. Met veel mazzel werk je nu voor half geld. Het is een stuk moeilijker geworden om je brood te verdienen met schrijven over reizen.

teun-gautier

Het vertrouwde verdienmodel van toen – reizen, schrijven, publiceren, factureren – werkt niet meer. Anno nu moet je creatief zijn en alle denkbare inkomstenbronnen aanboren om een belegde boterham te verdienen. Maar wat zijn die bronnen? Teun Gautier, voormalig uitgever van De Groene Amsterdammer en nu journalistieke-innovatie-goeroe, zocht het uit. Hij kwam met een waslijst van 52 bestaande en nieuwe verdienmodellen voor kwaliteitsjournalistiek, variërend van abonnementen en crowdfunding via dataproductie en consultancy tot branded content en advertenties. Volgens Gautier moet de begroting van een journalist niet twee, maar wel 25 van die verdienmodellen bevatten.

Steeds meer journalisten halen hun neus niet meer op voor commerciële opdrachten. Follow The Money, het platform voor financieel-economische journalistiek van voormalig Quote-journalisten Eric Smit en Arne van der Wal, bekostigt geldverslindende onderzoeksjournalistiek met commerciële opdrachten. Sjuul Paradijs en Jan-Kees Emmer, de bij De Telegraaf vertrokken hoofdredacteur en adjunct, richtten Trusted Media op om storytelling te produceren voor bedrijven. En meer in ons eigen straatje: reisjournalist Matthijs Meeuwsen, in 2011 winnaar van de Aad Struijs Persprijs, verkoopt nu journalistiek, fotografie en custom content.

Matthijs Meeuwsen maakt custom content voor o.m. KLM

Matthijs Meeuwsen maakt custom content voor o.m. KLM

Volgens mij heeft Gautier gelijk. Het traditionele verdienmodel (jij produceert, de opdrachtgever betaalt) voldoet niet meer, het nieuwe verdienmodel (alles gratis) valt niet vol te houden en met het commerciële verdienmodel (de adverteerder betaalt) valt geen onafhankelijke journalistiek te bedrijven. Dan kom je vanzelf uit bij de duizendpootmethode: schraap je inkomsten op veel verschillende manieren bij elkaar. Internet biedt daar in toenemende mate kansen voor. En hopelijk helpt deze les je daar een flink eind mee op weg.


‘Journalisten werken voor hongerloon’

13 Cent per woord. Dat kreeg Bart Ebisch aangeboden voor een stuk in De Gelderlander (De Persgroep). De freelance journalist werkt voor o.m. Dagblad De Limburger en ANP en windt zich erover op in een opiniestuk in Villamedia. Hij heeft het bijltje erbij neergegooid en solliciteert nu als supermarktmanager.

bart-ebischLogisch, want van 13 cent per woord kun je niet leven. Een gezond tarief is 40 tot 50 cent per woord, maar geen krant die dat nog betaalt. “Eind vorig jaar zochten de Brabantse kranten ZZP’ers,” schrijft Ebisch. “Onder meer voor het verslaan van sportevenementen op zondag. Klussen van tussen de 450 en 600 woorden. Bodemtarief: 70 euro. Weekendtoelage: Nee.”

Landelijk solidariteitsoffensief
“Ik moet van de journalistiek leven,” voegt Ebisch er verbitterd aan toe. “Met zulke tarieven lukt dat niet.” De oplossing: journalisten, kom in opstand. De NVJ, zo vindt Ebisch, moet een landelijk solidariteitsoffensief starten. “Een rondje langs alle redactieburelen. Inzet: chefs en journalisten in vaste dienst moeten zich solidair verklaren met de freelancers en fatsoenlijke tarieven eisen.” In de reacties onder het artikel krijgt Ebisch veel bijval van collega-journalisten, die hun verdiensten in de afgelopen jaren ook zagen halveren.

rosa-garcia-lopezRosa Garcia López, secretaris van de sectie Freelance van de NVJ, vindt het een goed idee: “Journalisten in vast dienstverband en zzp’ers hebben aangegeven dat de tarieven van zelfstandigen sterk verbeterd moeten worden. Gelijke beloning voor gelijk werk! Een fatsoenlijk uurtarief. Daar zijn we voor en dat gaan we uitdragen. We starten een campagne zij aan zij met alle vaste medewerkers en zzp’ers die hebben aangegeven dat ze hiervoor actie willen voeren!” Strijdvaardige taal die klinkt als een echo uit de tumultueuze jaren 80.

Groeien door snoeien
christian-van-thilloLijnrecht daartegenover staat Christian Van Thillo, de door Ebisch verguisde topman van De Persgroep: “Het is echt vreselijk,” zegt hij in zijn eigen krant, Het Parool (€). “Niemand is zo goed in het besmeuren van het eigen beroep als journalisten.” Terwijl Sanoma en TMG miljoenenverliezen lijden, is De Persgroep het grootste mediabedrijf van Nederland, dat dagelijks 1,4 miljoen kranten drukt, financieel gezond is en zelfs zicht heeft op lichte groei. De ‘Methode Van Thillo’ is even simpel als effectief: groeien door snoeien. Dat doet hij niet om freelancers te pesten, maar uit bittere noodzaak. Het is een overlevingsstrategie.

Kranten betalen freelancers minder, simpelweg omdat er minder geld is. Dat is vervelend voor freelancers, maar een paar demonstranten voor de deur van het INIT-gebouw gaan daar geen verandering in brengen. Freelance journalisten moeten eraan wennen dat ze niet meer kunnen vertrouwen op hun aloude modus operandi, maar meer en vooral nieuwe manieren moeten vinden om geld te verdienen. De innovatieve, ondernemende journalist heeft de toekomst.

Onderdeel 123Poen, pret & prestige
Onderdeel 124Waak over je auteursrecht
Onderdeel 125Geld verdienen met print
Onderdeel 126Geld verdienen op internet
Onderdeel 127Munt slaan uit je reizen
Onderdeel 128Word je eigen uitgever
Onderdeel 129Schrijfoefening
Toets
Les 21Eindopdracht
Onderdeel 130Eindopdracht
Toets